De bouwsector kijkt vaak naar de 'meerkosten' van elektrisch materieel. Volgens het onderzoek van Alexander Alblas (MSc International Development, Wageningen University & Research), getiteld ‘Maatschappelijke Baten Emissieloos Bouwen’, is dat slechts één kant van de medaille. Door een waarde te plakken aan de niet-geproduceerde uitstoot wordt de economische waarde voor de samenleving zichtbaar. Alblas gebruikt daarvoor de methode uit het handboek milieuprijzen van CE Delft. Op sectorniveau – uitgaande van de minimumnormen van het Convenant Schoon en Emissieloos Bouwen (SEB) – leidt dit tussen 2025 en 2030 tot een maatschappelijke besparing van ruim één miljard euro.
Onderbouwing: De impact-pathway
Om 'schone lucht' in euro’s uit te drukken, gebruikte Alblas de impact-pathway-benadering. Hierbij wordt de route van emissie naar fysieke schade (zoals gezondheidsklachten of natuurschade) gevolgd en vertaald naar monetaire waarde.
Hoewel dit een ‘robuust’ cijfer oplevert voor CO₂, stikstof en fijnstof, benadrukt het rapport dat dit een conservatieve ondergrens is. De effecten die voor een materieelbeheerder of machinist dagelijks merkbaar zijn, zijn in dit bedrag nog niet meegenomen. Denk daarbij aan het wegvallen van stank, afname van geluidshinder en een veiligere werkplek door betere communicatie.
Van sectorniveau naar de machinevloot
Het onderzoek maakt de abstracte bedragen concreet door in te zoomen op de vloot van BAM Nederland. Enkele opvallende uitkomsten op verschillende niveaus:
- Bedrijfsniveau: De CO₂-reductieambities van BAM voor 2025 alleen al vertegenwoordigen een maatschappelijke waarde van 7,8 miljoen euro.
- Machineniveau: De analyse op 'mesoniveau' (afdelingsniveau binnen BAM) toont aan dat de baten per machine kunnen oplopen tot tienduizenden euro’s per jaar. Dit hangt sterk af van het type materieel en de intensiteit van de inzet.
Rol van de opdrachtgever
In gesprekken met stakeholders zoals de gemeente Utrecht, ProRail en TenneT kwam naar voren dat de maatschappelijke baten breed worden erkend, maar in de huidige aanbestedingen nog te vaak onbenoemd blijven. Opdrachtgevers sturen nu vooral op harde beleidskaders en vergunningseisen.
Het rapport van Alblas suggereert dat de echte kracht van deze data niet ligt in het optimaliseren van één specifiek project, maar in het beïnvloeden van het politieke en maatschappelijke debat. Voor BAM en andere koplopers is dit de manier om de discussie te verleggen van de aanschafprijs van een machine naar de integrale waarde die bouwbedrijven kunnen toevoegen aan de leefbaarheid van Nederland.
Conclusie
De transitie naar emissieloos bouwen is geen louter technische exercitie. Dankzij onderzoeken zoals die van Alexander Alblas wordt duidelijk dat de bouwsector een hefboom in handen heeft om maatschappelijke kosten te verlagen. De uitdaging voor de nabije toekomst is om deze 'euro’s aan winst voor de samenleving' een vaste plek te geven in de gunningscriteria van elke aanbesteding. Daar ligt nog een (grote) taak voor de opdrachtgevers.









