
Het begon als een (serieuze) grap tijdens een bedrijfsfeest, maar anderhalf jaar later was het echt zover: Marcel Vening en Ruud de Gier begonnen op 1 januari 2001 met Demarec. De oprichters van Demolition and Recycling Equipment BV, zoals het bedrijf voluit heet, wisten vanaf het begin wat ze wilden: het produceren en leveren van hoogwaardige uitrustingsstukken voor de sloop- en recyclingindustrie. En dat is gelukt, zo blijkt 25 jaar later.

Echte wereldprimeurs waren er niet, behalve het evenement zelf: de allereerste Takeuchi Demodagen op de nieuwe locatie in West-Nederland. Dat wil niet zeggen dat er voor de bezoekers niets te zien of te doen was. Het terrein van Kees Bos in Capelle aan den IJssel stond op vrijdag 5 en zaterdag 6 juni 2026 vol met zowel nieuw als gebruikt materieel. Belangstellenden konden de machines direct in de praktijk testen, en van die mogelijkheid werd gretig gebruikgemaakt.

Van buiten lijkt JCB een typisch Brits, traditioneel bedrijf dat ruim 80 jaar bouwmachines produceert. Maar schijn bedriegt. De fabrikant, die in 1953 de graaflaadmachine bedacht en op de markt bracht, is verre van ouderwets. Tijdens een grootse perspresentatie in mei presenteerde het bedrijf een groot aantal nieuwe, moderne machines - met als misschien wel meest verrassende de eerste OEM graaflaadcombinatie op waterstof. Want waterstof heeft de toekomst, volgens JCB.

JCB heeft tijdens een internationale perspresentatie in en rond het hoofdkwartier in het Engelse Rochestor een groot aantal nieuwe machines onthuld: vier bodemverdichters, een nieuwe knikdumper, twee nieuwe grote rupsgraafmachines en als klap op de vuurpijl de eerste OEM graaflaadcombinatie op waterstof.

Het ging als een speer, het Helmondse Big Ass Battery. Met een ambitieuze naam en dito batterijcontainers maakte het bedrijf furore op de Nederlandse markt. Tot september 2025, toen het doek viel. Kort daarna maakte het bedrijf een doorstart. Dezelfde naam, maar een compleet andere opzet. Mede-oprichter Roel Vossen van het nieuwe Big Ass Battery vertelt aan BouwMachines over het faillissement, de doorstart en waar het bedrijf naartoe wil.

Het contrast is groot op het voormalige Hanomag-terrein in Hannover, waar Komatsu graafmachines en wielladers produceert. Op het ene gebouw lijkt het afweergeschut uit de Tweede Wereldoorlog nog te staan, terwijl andere gebouwen hypermodern zijn, met veel glas. Ook de assemblage van de machines blijkt tijdens een rondgang door de verschillende gebouwen een mix van moderne techniek en ouderwets vakmanschap.

Even snel een bouwproject uitvoeren is er anno 2026 niet meer bij. Strenge milieuregels vragen om nieuwe oplossingen voor emissieloos bouwen — bij voorkeur ook nog betaalbaar. Op die uitdaging denkt Bryntell een antwoord te hebben gevonden. Het bedrijf ontwikkelde een eigen motor die accu's kan laden of elektrisch materieel direct kan voeden. Het geheim? Een optimale configuratie van de bouwblokken in combinatie met een eigen brandstof op basis van biomethanol: BS19.

Het contrast kan bijna niet groter: op een fabrieksterrein uit het begin van de 20e eeuw een lezing bijwonen over hoe digitalisering de bouwplaats in de toekomst efficiënter gaat maken. Terwijl de data stroomt, worden op hetzelfde terrein bouwmachines in elkaar gezet in fabriekshallen van meer dan een eeuw oud. BouwMachines ging op bezoek bij de Komatsu-fabriek in Hannover.

Tech In Motion (TIM voor vrienden) zorgt ervoor dat het onderwijs voor monteurs van mobiele werktuigen naadloos aansluit op de praktijk. Het netwerk- en kenniscentrum werkt daarbij samen met brancheverenigingen, het bedrijfsleven en uiteraard onderwijsinstellingen. Daarnaast zet TIM zich in om jongeren te interesseren voor het vak. Maar hoe pak je dat aan? En hoe blijf je bij in een branche die razendsnel verandert?

Helemaal emissieloos bleek te hoog gegrepen, maar de versterking van de Lekdijk gaat toch de boeken in als een voorbeeldproject. Want 40 procent emissieloos tegen aanvaardbare kosten is ook winst. Niet dat dat vanzelf gaat: puzzelen met de beschikbare stroom is noodzakelijk. Maar een combinatie van vaste aansluitingen, zonne- en windenergie en overtollige stroom van de opdrachtgever maken die 40 procent besparing mogelijk.