Avitec groeit, mede dankzij BBL’ers en zij-instromers

Krapte op de arbeidsmarkt? Aannemer Avitec heeft een manier gevonden om zijn personeelsbestand stukje bij beetje succesvol uit te breiden. Dat is nodig ook, want Avitec groeit. Mede dankzij de inzet van BBL’ers en zij-instromers kan het bedrijf de toenemende hoeveelheid werk goed aan.
Avitec heeft drie Syriërs en een Somaliër in dienst. ‘Het is integratie ten voeten uit.’ (Foto's: Avitec)

Albert Kamps is de man die bij Avitec de interne opleidingen voor zijn rekening neemt. Hij is een van de sprekers op de komende BouwMachines Kennisdag.

De wintermaanden januari en februari gebruiken we om de BBL-leerlingen die we in dienst hebben bij te spijkeren

‘In Stadskanaal beschikken wij over een eigen praktijkcentrum’, legt Kamps uit. ‘De wintermaanden januari en februari gebruiken we om de BBL-leerlingen die we in dienst hebben bij te spijkeren. Zit iemand wel op zijn plek? Waar gaat het hart sneller van kloppen? Los daarvan brengen we de BBL’ers in die maanden extra praktijkkennis bij. We willen ze graag alle facetten van de GWW meegeven.’

Anderstaligen leren technische begrippen en vaktermen

Het praktijkcentrum heeft nog een andere functie: Avitec leidt hier ook zij-instromers op. Via de gemeente Stadskanaal en de gemeente Borger-Odoorn, waar het bedrijf is gevestigd, zijn de afgelopen jaren diverse anderstaligen bij Avitec aan de slag gegaan. Op dit moment heeft de aannemer drie Syriërs en een Somaliër in dienst.

‘In 2020 zijn we met het praktijkcentrum begonnen, en ook onze zij-instromers leiden we hier op. We laten ze kennismaken met materialen en gereedschappen, en ook met bijvoorbeeld materieel’, vertelt Kamps. Om taalbarrières te slechten en de ondersteuning compleet te maken, biedt Avitec anderstaligen tien avonden Nederlandse les aan. ‘Tijdens de taalcursus wordt aandacht besteed aan technische begrippen en vaktermen. Ook een onderwerp als veilig werken komt hier aan bod.’

Albert Kamps: ‘De wintermaanden gebruiken we om de BBL-leerlingen bij te spijkeren in ons praktijkcentrum.’

Cultuurverschillen overbruggen

Tijdens de tiende en laatste les-avond schuiven Nederlandstalige collega’s aan. Dan wordt nader kennisgemaakt, maar wordt ook gesproken over cultuurverschillen. Kamps: ‘In Nederland zijn we gewend om door te vragen als je iets niet snapt. Maar in sommige andere culturen wordt het als onbeleefd gezien als je zomaar iets vraagt aan je leidinggevende. De baas is immers de baas. Over dat soort dingen gaan we met elkaar in gesprek. Dan leggen we uit dat het in Nederland helemaal niet erg is om iets desnoods twee of drie keer te vragen.’

Het is integratie ten voeten uit, heel mooi om te zien

De ervaringen zijn ‘alleen maar positief’, zegt Kamps. ‘De radio staat bij de jongens natuurlijk altijd aan. Op een gegeven moment hebben ze spontaan onderling afgesproken om op vrijdagmiddag een Arabisch uurtje te houden. Het is integratie ten voeten uit, heel mooi om te zien.’

Lees ook de volgende artikelen over de BouwMachines Kennisdag: