Defensie concurreert met bouw om machinisten en monteurs

Defensie concurreert met bouw om machinisten en monteurs
Leerlingen van SOMA oefenen met een simulator. Het aantal studenten blijft achter bij de snel groeiende vraag. Foto: Matthijs Verhagen.

De bouw en infra hebben tot 2030 zo'n 73.000 nieuwe arbeidskrachten nodig. Daar komt een flinke uitdaging bij: Defensie strijdt massaal om dezelfde technische talenten, zoals monteurs en machinisten.

Dat blijkt uit het nieuwe EIB-rapport Trends op de bouwarbeidsmarkt 2026-2030. Van de 73.000 openstaande plekken is ruim 26.000 nodig voor groei; de rest vervangt vertrekkende krachten. De reguliere opleidingen leveren naar verwachting 52.000 starters op. De resterende 21.000 mensen moeten komen via zij-instroom of uit het buitenland. Of dat in de huidige krappe markt lukt is de vraag.

Machinisten en monteurs schaars

De krapte is nu al groot. Bijna een kwart van de bouwbedrijven (23%) merkt dat personeelsgebrek het werk afremt. Vooral in de grond-, weg- en waterbouw loopt de (werk)druk op: de orderportefeuilles groeiden in de eerste helft van 2026 met 19%.

De instroom sluit daar onvoldoende op aan. Het aantal mbo-studenten voor machinist daalde in 2025 naar 795, en de opleiding tot monteur mobiele werktuigen telt slechts 190 studenten.

Defensie vist in dezelfde vijver

De grootschalige opbouw van Defensie (die groeit naar 100.000 militairen in 2030) zorgt voor extra druk. De bouw concurreert sterker met Defensie dan welke andere sector ook. Jaarlijks zoekt de krijgsmacht zo'n 1.100 krachten die ook voor de bouw en infra hard nodig zijn, met name monteurs, elektrotechnici en machinisten.

Bouwend Nederland ziet Defensie tegelijkertijd als partner. De wervingscampagne van Defensie kan meer jongeren naar de techniek trekken. Bovendien is de krijgsmacht een belangrijke opdrachtgever voor zware infrastructuur, zoals kazernes en bruggen.

Opleidingen onder druk

Hoewel het aantal mbo-studenten in de bouw in 2025 met 4% steeg tot ruim 41.000, dreigt de rek eruit te raken. Het totale aantal technische mbo-studenten daalt tussen 2027 en 2030 naar verwachting met 7%. Daarnaast remt een gebrek aan ervaren leermeesters de praktijkopleidingen.

Bouwend Nederland pleit voor stabiel en voorspelbaar opdrachtgeverschap. “De vakman die in 2030 een brug vervangt, kiest nu zijn opleiding”, stelt voorzitter Arno Visser. “Alleen bij voldoende budget en stabiel werk durven bedrijven nu te investeren in de mbo'ers van morgen.”