Op weg naar emissieloos bouwen via ‘low emission’

Boels Rental bereidt zich voor op een meer en meer emissieloze toekomst. De verhuurvloot zal steeds meer machines gaan tellen die elektrisch of met waterstof worden aangedreven. Voor het echter zover is, krijgen we voor bepaald zwaarder materieel een ‘low emission’ fase, een overgangsfase waarin bijvoorbeeld vernieuwbare brandstoffen een belangrijke rol gaan spelen.

‘Om onze klanten te kunnen bedienen wordt onze adviesrol steeds groter’, zo constateert John Smeets, Technical Manager bij Boels. Hij ervaart de weg naar emissieloos bouwen soms meer als een slingerpad. Als grote materieelverhuurder wordt Boels, net als de bedrijven waaraan het machines verhuurt, geconfronteerd met afwijkende en soms maar tijdelijke technieken. ‘Wij moeten dus steeds een stap voor blijven in kennis en ervaring, zodat we onze klanten goed kunnen adviseren over al die nieuwigheden’, zo benadrukt John.

Op de rechte asfaltweg naar emissieloos bouwen rijden niet alleen elektrische machines, want ook waterstof gaat naar verwachting een grote rol spelen. Met name bij het zwaardere materieel, maar zover is het nog (lang) niet, al was het alleen maar omdat er nog de nodige logistieke-bevoorradingsproblemen moeten worden opgelost. Kortom: we gaan eerst een overgangsfase in met allerhande minder of meer succesvolle tussenoplossingen.

Het is toch vaak wennen. Onze kinderen zullen daar straks minder moeite mee hebben. Voor hen is het al bijna normaal om groen te denken en handelen

Tussenoplossingen inzetten

De weg naar emissieloos bouwen gaat in eerste instantie lopen langs de lijnen van ‘low emission’. In de overgangsjaren gaat Boels tussenoplossingen inzetten om de uitstoot te verminderen. Dat kunnen bijvoorbeeld hybride machines zijn, met zowel een elektrische als een brandstofmotor. Actuele ontwikkeling is het vervangen van de traditionele dieselbrandstof door uitstootarmere brandstoffen zoals GTL en HVO. ‘De komst van moderne Stage V-motoren maakt dat mede mogelijk en het zal u niet verbazen dat we die in de verhuurvloot van Boels steeds meer gaan zien.’ Stage V-machines zijn weliswaar nog altijd duurder in aanschaf, maar komen bij aanbestedingen goed van pas, want opdrachtgevers vragen steeds vaker om emissiearmere machines. Door dan te kiezen voor huren in plaats van kopen, kan Boels bedrijven helpen om sneller de transitie naar emissieloos bouwen te maken. Zoals John zegt: ‘Het is toch vaak wennen. Onze kinderen zullen daar straks minder moeite mee hebben. Voor hen is het al bijna normaal om groen te denken en handelen.’

Low emission brandstoffen

Bij GTL-brandstof wordt aardgas omgezet naar een synthesegas, dat vervolgens vloeibaar wordt gemaakt. GTL staat dan ook voor Gas-To-Liquid. John heeft zelf ervaren hoezeer bijvoorbeeld GTL prettiger is in het gebruik: ‘Je ruikt het helemaal niet en het is een stuk aangenamer om in te werken dan naast een stinkende diesel. Bovendien draait zo’n motor op GTL ook nog eens stiller.’

Bij HVO-diesel praten we eveneens over een synthesegas, maar dit keer van biomassa. HVO mag zich met recht een ‘hernieuwbare brandstof’ noemen. Het biogas wordt omgezet naar een vloeibaar product met de naam Hydrotreated Vegetable Oil. Het omzettingsproces wordt ook wel aangeduid als Biomass-to-Liquid.

Van Low naar Zero emission

‘Oranje is het nieuwe groen’ zo promoot Boels de groeiende huurvloot aan elektrische machines. Want van low emission naar zero emission is een stap die bij het kleine en middelgrote huurmaterieel al vaak is te zetten. Zo zijn er bij Boels al meer schaarhoogwerkers op accu te huur dan met een dieselmotor. Het elektrische programma omvat ook een verreiker op accu, alsmede twee modellen wiellader, een motorkruiwagen, minigraver, slooprobot en site Carrier. En daar gaan de komende tijd steeds meer (en mondjesmaat ook grotere) machines met een elektrische aandrijving bijkomen, zo laat John ons weten.

Inzetten op efficiënt machinegebruik

Duurzaamheid staat bij Boels al vanaf het begin hoog op de agenda. Er is bij verhuur immers per definitie sprake van een zo efficiënt mogelijke inzet van materieel en grondstoffen. Toch zijn volgens John ook op dat punt nog verbeteringen mogelijk. Door de komst van telematica is er meer data beschikbaar over het functioneren van de verhuurde machines. ‘Dan zie ik in die data dat een aannemer van zijn zeven machines er maar vier of vijf continu gebruikt en kan ik hem aanbieden om er twee weer op te halen. Daarmee help ik hem om zijn bedrijfsvoering te optimaliseren en bouw ik aan een hechte klantrelatie waar we allebei voordeel aan zullen hebben.’

Tot slot biedt het Internet of Things (IoT) grote mogelijkheden om de huidige emissies te verlagen. John daarover: ‘Het is één van de redenen waarom we bij Boels blijven investeren in de verdere ontwikkeling van noodzakelijke systeemintegraties en bijbehorende protocollen voor deze IoT-oplossingen.’ Hij is nu al enthousiast over de mogelijkheden die dat gaat bieden: ‘Dan kunnen we straks bijvoorbeeld direct zien wat de daguitstoot van een machine is en vervolgens bekijken hoe we die kunnen verlagen.’

Dit artikel is gesponsord door Boels