Tot op de laatste bout: Pladdet bouwt bijzondere bomenvelmachine

Tot op de laatste bout: Pladdet bouwt bijzondere bomenvelmachine
Fotografie: Pladdet.

Tot op het laatste moertje en boutje moest-ie uit elkaar, de Develon DX380. Want de klant had een bijzondere machine nodig: een bomenvelmachine. En dat houdt iets meer in dan het aankoppelen van een zaag, merkten de ontwerpers van Pladdet. Een uitdaging dus, maar daar houdt het bedrijf van, volgens mede-eigenaar Gerrit Cazant.

Pladdet uit het Zeeuwse Biervliet staat vooral bekend als leverancier van aanbouwdelen, maar bouwt ook hele bijzondere machines. De  meeste activiteit zit in de verkoop van aanbouwdelen en standaardwerkzaamheden. Dat maakt bijzondere projecten juist extra leuk, legt Cazant uit. En de bomenvelmachine is zeker een bijzonder project.

“Wat die machine doet is heel snel bomen rooien en in de juiste lengte snijden zodat ze makkelijk vervoerd kunnen worden. In theorie kan dat ook met een gewone kraan met de juiste tools. Maar deze machine doet dat veel sneller en efficiënter”, vertelt Cazant.

Het wiel uitvinden

Geen machine die je vaak tegenkomt in Nederland. “Ik weet het niet zeker, maar volgens mij zijn ze in deze uitvoering helemaal niet in Nederland. Deze machine is voor een Duitse klant die op de grens van Duitsland en Tsjechië werkt.” Een moeilijke opgave dus, want Pladdet had nog nooit zo’n soort machine gebouwd. “Voordat we een opdracht aannemen, gaan we bij elkaar zitten en kaderen we heel grof af: willen we het en kunnen we het? We houden van een uitdaging. Als het van staal is en er zit olie in, dan zien wij het meestal wel zitten. Mocht het haalbaar zijn, dan wordt er een grove berekening van de kosten gemaakt. In een later stadium worden de plannen en de kosten steeds nauwkeuriger.”

De klant had al een paar van deze machines, speciaal gebouwd door een Duitse firma. Maar helaas: die firma bestaat niet meer, dus praktische vragen stellen was niet meer mogelijk. Pladdet kon de machines wel bekijken, maar moest eigenlijk het wiel opnieuw uitvinden. ‘Hun’ bomenvelmachine is op hun eigen manier ontworpen en gebouwd. Nu is het op basis van een Develon DX380. Een duidelijke keuze van de klant. “In theorie maakt dat voor ons niet uit. Als we hem mogen aanpassen, mogen we hem aanpassen”, vertelt Cazant. “Bij het ontwerpen begin je met het opzoeken van de grenzen. Hoe dik mag  de boom maximaal zijn, hoe zwaar? Aan de hand van die maximale capaciteit ga je ontwerpen, zodat de machine veilig is. Je bouwt eigenlijk een prototype, het is de eerste in zijn soort voor ons.”

Compleet uit elkaar

De zaagkast en het afkortgedeelte zijn koopdelen, dus niet door Pladdet ontworpen of gebouwd. Dat gebeurde in overleg met de klant, die de zaagkasten van Charlier Engineering ook aan zijn bestaande machines heeft hangen. “Dat was bij de engineering een vaste waarde, we wisten: die kast moet eraan”, legt Cazant uit. Maar het bevestigen van de zaagkast was niet het lastigste onderdeel.

“De Develon is compleet uit elkaar gehaald. De motor is los geweest, de pomp is los geweest, de hele bovenwagen is gedemonteerd, de onderwagen is helemaal uit elkaar gehaald en compleet opnieuw gemonteerd. De motor zit op een andere plek, de pomp zit op een andere plek, de hele giekconstructie en het contragewicht zijn aangepast. Eigenlijk kun je het geen Develon meer noemen. Qua uiterlijk nog wel, en de originele componenten waren van Develon, maar het is een Pladdet. We hebben nog nooit een project gehad waarin de machine zo ver uit elkaar is gehaald. Dan komt de klant hier en dan ziet hij dat zijn machine tot op de laatste bout uit elkaar is gehaald. Dat maakt wel indruk.”

Stabiliteit op zachte bodem

Die enorme verbouwing heeft een reden. De machine moet onder andere stabiel blijven op een zachte ondergrond. Om dat te bereiken is het draagvlak vergroot: de rupsen zijn langer en breder dan standaard. De rupsen schuiven uit van 3,3 m naar 4,6 m (80 cm per zijde). Ook het gewicht van de zaagkast en de lengte van de telescooparm maken meer stabiliteit noodzakelijk: die arm kan worden verlengd van 12,5 naar 15 meter. Verder kan de cabine 30° achterover kantelen en 60 cm omhoog komen voor optimaal zicht en veiligheid.

Kantelen in vier richtingen

Het meest bijzondere aspect van deze machine is misschien wel dat hij in vier richtingen kan kantelen. Links / rechts en voorover / achterover. Dat zorgt ervoor dat de machine precies recht voor een boom staat, ook op ongelijk terrein, terwijl de bovenwagen perfect vlak blijft.

“De machine heeft twee scharnierpunten in de onderwagen. Dat is zo bijzonder dat het niet in een bestaande onderwagen bevestigd kan worden. Dat hadden wij ook nog nooit gedaan. Wel eerder  dat de machine in één richting kan kantelen, maar nooit in twee richtingen. Dit was de eerste keer en daar zaten echt wel wat uitdagingen in”, legt Cazant uit. “Het is heel belangrijk dat de engineer al vanuit de praktijk kan denken hoe de machine moet worden, dat hij visualiseert wat de machine doet. Als hij die gedachte op papier kan zetten, ben je al een heel eind. Dat is een lastige opgave, maar dat maakt het ook heel leuk om te doen voor de mensen die eraan werken.”

Een jaar engineering, half jaar bouwen

Dat stelt behoorlijk wat eisen aan het ontwerp. “In dit geval duurde de engineering langer dan de bouw. De engineering duurde ongeveer een jaar. Het bouwen duurde pakweg een half jaar. Het bouwen gebeurt met meerdere mensen en afdelingen tegelijk, soms werken er tien mensen tegelijk aan zo’n machine. De engineering leggen we vaak bij één engineer neer, hooguit twee. Dan krijgen ze een goed gevoel met die machine. Doordat van tevoren alles in het ontwerp is meegenomen, kom je tijdens de bouw eigenlijk geen gekke dingen meer tegen, daar is al over nagedacht.”

Testen zonder bos

Wat lastig is, is dat je pas kunt testen als de machine al in elkaar zit. “Stel dat er toch een fout in de engineering zit, dan blijkt dat pas bij het testen. Dan ben je niet blij. Maar omdat we zoveel tijd aan de engineering besteden, gaat het meestal om details.” Wat het testen ook lastig maakt, is dat je in Nederland niet even een bos in en een heuvel op kan rijden om een aantal bomen te vellen.

“We zetten de machine in elkaar en rijden naar buiten. Loopt hij niet klem, wordt hij niet warm, is hij stabiel… We testen hem met een hijsgewicht erin, noem het maar op. Maar wat de machine in de praktijk doet, kun je alleen op locatie bekijken. In dit geval op de grens van Duitsland en Tsjechië. We sturen een monteur mee om problemen ter plaatse op te lossen en de laatste dingen af te stellen. De stoel, verlichting, dat soort dingen”, vertelt Cazant.

Een mooi visitekaartje

Zowel de klant als Pladdet zelf zijn tevreden met het eindproduct. “Soms maak je een machine en dan denk je: dat is één keer en nooit meer. De machine past niet bij ons, of prijstechnisch komen we er niet mee weg. Dit is wel een machine waarvan we denken: dit past bij ons. Het is een hele specifieke markt, maar als er een klant voor een soortgelijke machine komt, pakken we dat aan. Het soort werk, de grootte, de complexiteit van de ombouw… deze machine weegt na de ombouw zo’n 60 ton, dat is een klasse die mooi bij ons past. Dit is een mooi visitekaartje”, zegt Cazant. En dat blijkt wel: “We hebben een aanvraag gekregen voor een nieuwe machine.” Een mooier compliment kun je niet krijgen van een klant.