De aanhoudende geopolitieke spanningen in het Midden-Oosten maken de brandstofmarkt bovendien grillig en slecht voorspelbaar. Sinds 1 maart is de brandstofprijs exponentieel gestegen. Op 1 maart stond de teller nog net onder de 140 euro per 100 liter, het hoogtepunt was voorlopig op 9 maart met 190 euro. Een week later schommelt de prijs rond de 175 euro voor 100 liter. (bron LTO / Platts)
Een stijging die in een markt waar de marges klein zijn natuurlijk niet ongemerkt voorbij gaat. Temeer daar diesel ongeveer 15% van de kosten inneemt. Uiteraard zijn de kosten vervolgens niet 1 op 1 van bedrijf op bedrijf en werk op werk te kopiëren. Daarvoor zijn er te veel verschillende machines, is er bijna geen 'gemiddelde' klus en is brandstofbesparing niet voor iedereen top of mind.
Extra brandstofkosten graafmachine
Toch een rekenvoorbeeld. In onderstaande tabel is gekeken naar de extra kosten van één graafmachine. daarbij is bij het verbruik uitgegaan van gemiddelden in de verschillende handboeken en efficiency-rapporten. Hier is het gewogen gemiddelde genomen van de stage V-graafmachines van Atlas, Caterpillar, Develon, Hitachi, Komatsu en Volvo.
Voor dit voorbeeld is gerekend met stijging van 30 cent per liter.
| Klasse | Gemiddeld verbruik (L/u) | Extra kosten per draaiuur | Extra kosten per 1000 draaiuren |
| Midi | 5,9 liter | € 1,77 | € 1.770 |
| Small | 9,0 liter | € 2,70 | € 2.700 |
| Medium | 13,3 liter | € 3,99 | € 3.990 |
| Large | 29,2 liter | € 8,76 | € 8.760 |
| Heavy | 46,5 liter | € 13,95 | € 13.950 |
Tegen deze achtergrond is het afgeven van vaste prijzen inclusief brandstof voor langere perioden steeds risicovoller. Voor nieuwe offertes en contracten is het daarom essentieel om expliciete brandstofclausules op te nemen. Tegelijkertijd rijst de vraag hoe om te gaan met lopende contracten waarin een vaste brandstofprijs is afgesproken.
Verrekening van stijgende kosten
Volgens Bouwend Nederland staan de marges in de bouwsector - vaak slechts 2 tot 3% - onder zware druk door stijgende brandstofkosten. Of deze oplopende kosten kunnen worden doorbelast, hangt sterk af van de contractvorm.
- Lopende contracten
Onder de UAV 2012 (§ 47) kan in bepaalde gevallen aanspraak worden gemaakt op bijbetaling bij aanzienlijke kostenverhogende omstandigheden. In de praktijk wordt daarbij vaak een grens van circa 5% van de aanneemsom als richtlijn gehanteerd.
- Indexering in nieuwe contracten
Het koppelen van tarieven aan externe indices, zoals brandstofprijzen van het CBS, is een effectieve manier om risico’s te beheersen en schommelingen op te vangen.
- Waarschuwingsplicht
Ongeacht de contractvorm geldt dat de opdrachtgever tijdig en schriftelijk moet worden geïnformeerd over significante prijsstijgingen. Het niet naleven van deze plicht kan het recht op verrekening beperken of zelfs uitsluiten.
Crisisclausule als nieuwe standaard
Voor nieuwe offertes wordt het opnemen van een crisisclausule steeds belangrijker. Hierin wordt expliciet rekening gehouden met geopolitieke onzekerheden en extreme prijsschommelingen. Zo’n bepaling biedt een juridische basis voor zowel kostenvergoeding als termijnverlenging wanneer de werkelijkheid de oorspronkelijke calculatie inhaalt.
Efficiënter brandstofverbruik
De snelste winst is vaak te behalen op de bouwplaats zelf. Onderzoeken tonen jaar in, jaar uit aan dat bouwmachines nog steeds gemiddeld rond de 25% van de tijd onnodig stationair draaien. Juist in tijden van hoge brandstofprijzen is het terugdringen van deze ‘idle time’ de meest directe manier om marges te beschermen.
Een machine van circa 200 kW verbruikt stationair ongeveer 3 liter diesel per uur. Het reduceren van 100 stationaire uren per jaar levert per machine een besparing op van circa 750 euro. Voor een vloot van 15 machines komt dit neer op ruim 11.000 euro per jaar.
Praktisch besparen: het nieuwe draaien
Bedrijven kunnen met relatief eenvoudige ingrepen direct resultaat boeken. Niks nieuws natuurlijk, jaren geleden al geïntroduceerd als het 'nieuwe draaien', maar nu ook voor de jaarrekening opnieuw interessant. Ter opfrissing de belangrijkste punten. :
- Niet onnodig warmdraaien
Moderne Stage V-motoren hoeven niet langdurig stationair warm te draaien. Rustig belasten direct na het starten is efficiënter en voorkomt onnodige vervuiling van nabehandelingssystemen.
- De 1-minuutregel
Bij wachttijden langer dan 60 seconden is het economisch zinvol om de motor uit te schakelen. Automatische start-stopsystemen ondersteunen dit proces en worden steeds vaker standaard toegepast.
- Gebruik van Eco-modi
Werken in de Eco-stand in plaats van ‘High Power’ kan tot circa 15% brandstof besparen, zonder noemenswaardig productiviteitsverlies bij veel werkzaamheden.
- Telematica en data-analyse
Fleetmanagementsystemen geven inzicht in stationair draaien en brandstofverbruik. Door deze data actief te monitoren en te bespreken met machinisten, kan gericht worden gestuurd op gedragsverandering.
Conclusie
Brandstofmanagement is in 2026 geen optimalisatie meer, maar een randvoorwaarde voor een gezonde bedrijfsvoering. Het vraagt om een integrale aanpak waarin techniek, gedrag en contractmanagement samenkomen.
Hoewel lopende contracten vaak beperkte ruimte bieden voor aanpassing, liggen er bij nieuwe contracten duidelijke kansen om risico’s beter af te dekken. Tegelijkertijd kan in de dagelijkse praktijk al veel winst worden behaald door bewuster machinegebruik en beter inzicht in verbruik.
Juist die combinatie van operationele discipline en contractuele scherpte maakt het verschil tussen verlies nemen en rendement behouden.




