Dit waren de machinisten van 2023

Dit waren de machinisten van 2023
Gerrit Jan Bunt met zijn elektrische Doosan DX165 E.

Machinist van de Maand is al jaren een van onze populairste rubrieken en dat was in 2023 niet anders. Logisch, want er is natuurlijk niets mooier dan een blik in de cabine. Tijd voor een jaaroverzicht: waar hebben de machinisten zich in 2023 mee beziggehouden en gaat elektrificatie echt een steeds grotere rol spelen?

Honkvast met variatie

Honkvast zijn de meeste machinisten anno 2023 nog steeds, maar wel met de nodige variatie binnen het werk. Dat is een tendens die we veel tegenkomen in het vak. Koen Jogems vertelt in februari dat hij al sinds zijn schooltijd machinist is bij Kamphuis Sloopwerken. Hij overwoog machinist te worden op een rupskraan, maar hij is dat uiteindelijk op een mobiele kraan gebleven en dat vindt hij eigenlijk wel prima zo. “Op een mobiele kraan kom ik wel overal en dat past mij wel. Ik doe vooral klussen van een week, soms twee weken, soms een dag. Dat varieert van het slopen van een woning tot het verwijderen van groen en het uit de grond halen van een mestkelder.”

In mei spreken we Kees van Etten, hij is al ‘zijn leven lang’ kraanmachinist en hecht tevens veel waarde aan variatie. Oorspronkelijk komt hij uit de bietenbouw, maar als wij hem spreken in mei werkt hij onder meer aan de aanleg van een speeltuin in de gemeente Steenbergen. Voor de stallenbouw of ander gemeentelijk werk draait hij zijn hand ook niet om: “Het werk is heel gevarieerd. Je wilt toch niet het hele jaar hetzelfde werk doen.”

Ook Jacob Jan de Groot is honkvast, vertelt hij als wij hem spreken in april: hij werkt al vijftien jaar voor De Waard Grondverzet, maar ziet genoeg afwisseling in zijn werk. Deze voormalige IT’er bedient een Volvo EC300EL 220. “Met een Volvo 220E ben je breder inzetbaar en doe je vaak alle kraanwerkzaamheden op één locatie, zoals bouwrijp maken, riolering leggen, saneringen, voorbelasting, bouwputten uitgraven en damwanden en kunstwerken aanbrengen. Die afwisseling heb ik wel het liefst.” Elektrisch begint volgens Jacob Jan wel een dingetje te worden bij aanbestedingen, maar een volledige dag draaien lijkt hem nog een hele uitdaging. “Het belangrijkste blijft gewoon dat je een machine hebt die goed functioneert!”

Elektrisch

Toch begint elektrisch ook bij Machinist van de Maand rustig aan zijn intrede te doen. Gerrit Jan Bunt, werkzaam bij Cornelisse, beaamt in juni dat afwisseling belangrijk is, iets wat hij met zijn elektrische mobiele kraan genoeg heeft. “Het is altijd weer iets anders”, aldus Gerrit Jan met zijn Doosan DX165 E. Het dieselgeluid blijft hem als echte machineman in het hart zitten, maar hij vindt het mooi om te zien dat de elektrische mobiele kraan inmiddels volop mee kan doen met de diesels.

Ook Michel Brandenbarg is in maart erg over zijn recente transitie richting elektrisch te spreken. Als er wel netstroom is, vindt Michel het ‘een mooi spelletje’ om daar de hele dag mee te kunnen draaien. “De dieselmotor houdt de accu op ongeveer 70 tot 74 procent. Daar begin je dus ’s morgens mee. Het opbouwen kost extra energie. Dan heb je nog ongeveer 50 procent. In de pauze laad je door en dan is het de kunst om de hele dag elektrisch te kunnen draaien. Soms moet je dan even letten op stroomvreters en de verwarming bijvoorbeeld wat lager zetten.”

In november gingen we langs bij Tom Zegers. Ook hij maakte een switch naar elektrisch: hij rijdt sinds een paar maanden op de Doosan DX165W Electric met een accupakket van 400 kW. “Daar kun je makkelijk een hele dag mee draaien. Met licht werk heb ik er zelfs bijna 15 uur mee gedraaid en met zwaar werk haalde ik nog bijna 10 uur. Voordeel is ook dat het rijden relatief weinig energie kost. Bij een diesel kost dat juist veel energie, maar bij elektrisch niet.”

Merktrouw

Merktrouw zijn onze machinisten ook. In januari spreken we Arjan van Leussen, die al bijna dertig jaar op een Mecalac rijdt. Sinds vorig jaar is dat het nieuwe model van de Mecalac 12MTX, met automaat. “Dat is in het werk wel handig. Met een versnellingsbak blijf je soms aan het schakelen doordat je net tussen de hoge en de lage in zit. Dat heb je nu niet meer. Maar het rijden gaat wel wat langzamer. Met de vorige machine kwam ik tot ongeveer 40 km/u en nu maar 30.”

Wie ook merktrouw is en de vastigheid van een rupskraan juist wel ziet zitten, is Oscar die we in oktober spreken. Met zijn Hyundai 220HX werkt hij aan de dijkversterking Gorinchem-Waardenburg. “Ik zit liever op een rups dan op een mobiele kraan. Je zit wat langer op een project, het is rustiger en fijner voor je rug. Deze rupskraan is van binnen net zo luxe als een auto. Wat ik vooral prettig vind is het zitcomfort. Daarbij werkt alles naar behoren.”

Niet alledaags

Niet-alledaagse klussen komen we ook tegen in 2023. Zo spreken we in augustus Lorenzo Warmerdam, die op een Spierings SK2400-AT7 zit. Dat is de sterkste mobiele torenkraan ter wereld, waarvan er maar drie rondrijden in Nederland. En dat is toch wel een ‘een gevalletje apart’. Want ‘net een tikje groter, zwaarder en lomper’ dan andere Spierings-kranen. “Het moet wel je passie zijn, anders moet je het niet doen.”

Ook bijzonder is het verhaal van Wim Beukers in september, die machinist is op een Big Float en winnaar van het Machinistenkampioenschap 2023. Uniek is het om altijd onder water te werken: omdat je geen zicht hebt, gaat dat met gps en peilboten. “Bovendien zijn de marges meestal wel wat groter dan op het land door het schommelen van de kraan en bovendien moet je oppassen dat je niet wegdrijft.”

Kadeherstel Amsterdam vanaf een ponton.
Kadeherstel Amsterdam vanaf een ponton.

Enthousiasme in de bouw

We sluiten het jaar in december af met Henk van Spijkeren wiens kantoor zich ook op het water bevindt. Met de Volvo EC300E werkt hij vanaf een ponton aan kadeherstel in Amsterdam. De angst om weg te drijven deelt hij niet met zijn collega: hij ziet wel met lede ogen aan dat het enthousiasme voor de bouw onder jongeren lijkt af te nemen. “Vroeger was dat anders. Dan gingen jongens al op jonge leeftijd met hun vader mee naar de bouw en werden ze enthousiast. Dan wilden ze ook in de bouw werken. Met alle veiligheidsregels mag dat tegenwoordig niet meer. En dus komen er geen jonge jongens meer op de bouw en is het allemaal minder aantrekkelijk geworden.”

Hopelijk gaat de branche het tij keren: bedrijven en roc’s staan op dit gebied in ieder geval niet stil. In 2024 zal BouwMachines daarom aandacht besteden aan de werving van nieuwe aanwas.

Drijvende kracht

En zo hebben we weer een vol machinistenjaar achter de rug, waarin de nodige variatie zich laat zien, maar de liefde voor het vak altijd de boventoon voert. En dat is mooi, want de passie en trots van de machinist is de drijvende kracht achter de klussen die ook in 2024 weer geklaard worden.

Ook in 2024 trekken we weer het land in om maandelijks een machinist te portretteren. Ben je of ken je iemand die daartussen niet mag onderbreken? Mail naar marijevandoornik@vmnmedia.nl.

We zouden komend jaar ook bijzonder graag een keer bij een vrouwelijke machinist langskomen, dus vrouwen: meld u!