In Arnhem is opdrachtgever de kip en het ei op geruisloze bouwplaats

In Arnhem is opdrachtgever de kip en het ei op geruisloze bouwplaats
Rijnkade Arnhem

In de naleving van het Schoon en Emissieloos Bouwen (SEB)-convenant en de route naar een emissievrije bouwplaats wordt vaak gesproken over het 'kip-en-eiprobleem'. De aanschaf van elektrische machines is pas interessant voor aannemers als het de (nu nog) flinke investering waard is, dus moet er vraag naar zijn: opdrachtgevers kunnen projecten pas emissievrij uitvragen als ondernemers emissievrij materieel hebben. Wie begint?

Rijnkade Arnhem, de geruisloze bouwplaats

In antwoord op deze vraag kijken we naar een project dat op dit moment met zero-emissie materieel op de bouwplaats uitgevoerd wordt: de herinrichting van de Rijnkade te Arnhem. Dit gebeurt in opdracht van de Waterschap Rijn en IJssel en gemeente Arnhem. In oktober van dit jaar is de bouwcombinatie Hakkers, Van de Ven en Ballast Nedam aan de slag gegaan met de herinrichting van de kade, een omvangrijk project dat de dijk versterkt en nieuwe horeca en recreatiemogelijkheden mogelijk maakt. “Voor het hoogwaterbeschermingsprogramma is dit een koploperproject waar met deze omvang en aard emissieloos gewerkt wordt”, aldus Erwin Klerkx, projectmanager bij Waterschap Rijn en IJssel. Wij spreken hem en Wilco Zeilmaker, omgevingsmanager bij de bouwcombinatie, op de Rijnkade waar de werkzaamheden zojuist van start zijn gegaan.

“Normaal hoor je hier het lawaai dat machines produceren als ze op vol vermogen werken; dat is nu veel minder!” Zeilmaker wijst trots naar de elektrische tractor die zand van de kade afvoert. “Van deze trekkers zijn er trouwens maar zeven in Nederland. We zijn er trots op dat hier één van op deze bouwplaats wordt ingezet.” Het project focust op een emissievrije bouwplaats: ook in de bouwlogistiek is de aannemer uitgedaagd om schoon en duurzaam te werken.

“Als een zero-emissie oplossing mogelijk is, zetten we die in, maar het komt ook voor dat we bepaalde opgaves oplossen met HVO-diesel als een klus te zwaar is om elektrisch op te lossen.” Het afvoeren van materiaal gaat niet elektrisch. De schepen die deze klus klaren, varen op HVO-diesel. Dat is een schoon alternatief voor traditionele brandstof en levert een grote CO2-reductie. Het vervoer over water is een bewuste verduurzamingskeuze. Bovendien wordt de centrumring zo niet belast met vrachtauto’s.

Minder stank en geluid

“Je staat voor een transitie en daar moet iedereen in mee. Het hoogwaterbeschermingsprogramma heeft de ambitie om in 2030 emissieloos te werken op elke bouwplaats. Als wij als opdrachtgever dan niks extra’s doen, geef je bedrijven ook niet de mogelijkheid om extra inzet te leveren. We hebben samen met het hoogwaterbeschermingsprogramma geld beschikbaar gesteld om dat mogelijk te maken.”

Dat het project midden in Arnhem plaatsvindt, omringd door woningen en horeca, was een extra prikkel om de opdracht elektrisch te volbrengen: “Het geeft simpelweg minder overlast en hinder; minder stank en geluid.” En last but not least: netcongestie zou het probleem niet worden, zo hadden de gemeente Arnhem en waterschap Rijn en IJssel op voorhand al vastgesteld. De stroomvoorziening om emissievrij op de bouwplaats te kunnen werken was nog voor het uitzetten van het contract rond.

Stroomvoorziening

“Hier op de kade in Arnhem realiseren we een elektrische walstroomvoorziening. Arnhem heeft een witte vloot (passagiersschepen en veerboten voor rondvaarten, veerdiensten en andere recreatieve doeleinden, red.) die nu gebruikmaakt van aggregaten om aan stroom te komen om de cruiseschepen te koelen met airco’s en de keuken op te starten voordat de cruise begint. Het gebruik van aggregaten geeft hinder in de binnenstad. In het kader van het schone luchtakkoord wordt het project Walstroom gerealiseerd en daarvoor was een netverzwaring nodig die we realiseerden, vooruitlopend op het project Rijnkade. Die stroomvoorziening gebruikt de aannemer nu om stroom van machines mee op te laden. Na het project -dat naar verwachting tot 2025 duurt- zetten we die stroomvoorziening in voor de witte vloot. Dat mes snijdt dus mooi aan twee kanten: nu stroom voor arbeid, straks voor de witte vloot.”

Volgens Zeilmaker was de grote meerwaarde aan deze opdracht de gerealiseerde stroomvoorziening. “Een aannemer kan wel elektrisch materieel hiernaartoe halen, maar het moet ook opgeladen worden. De gemeente Arnhem heeft samen met het waterschap voldoende netcapaciteit geregeld, dat voor de start van het werk aanwezig was.”

Als je weet dat de opdrachtgever bij aanvang van het project de stroom heeft geregeld, durf je als bedrijf door te pakken en meer risico te nemen”

Door hiermee uitzoekwerk en risico’s bij de potentiële opdrachtnemer weg te nemen, wordt de aanbesteding een stuk aantrekkelijker. “Wij wisten als aannemende partij dat deze voorzieningen geregeld waren. Deze opdrachtgever heeft in de aanbesteding de markt uitgedaagd: hoe ga je het qua zero-emissie materieel doen?” Dit betekent niet dat de opgave makkelijk is. “Je moet toch een elektrische vrachtwagen krijgen of een kraan ombouwen om interessant te worden voor de opdrachtgever. Moet ik de investering wel of niet doen? Wat is de kans dat ik win? Daar ga je wel op voorsorteren. Maar als je weet dat de opdrachtgever bij aanvang van het project de stroom heeft geregeld, durf je als bedrijf door te pakken en meer risico te nemen.”

Fictieve korting

Klerkx: “Onze ambitie voor emissieloos was hoog, dus in aanbestedingsprocedure hebben we bovendien een stevige fictieve korting opgetuigd. Hoe beter je plan en daarmee bijdrage aan emissiereductie, hoe meer korting je krijgt, hoe groter de kans om die aanbesteding te winnen. Hier lag voor de aannemers dus een kans tot onderscheidend vermogen.”

De totale bouwkosten zijn 30 miljoen. Het leeuwendeel wordt betaald door het Waterschap Rijn IJssel en daarvan wordt 90 procent gefinancierd vanuit het hoogwaterbeschermingsprogramma (HWBP).

Creatief

Wat Klerkx sterk vindt aan de aanbieding van de uiteindelijke aannemers, is de creativiteit die ze aan de dag legden: de opdracht is complex en niet voor alle klussen is elektrisch materieel in die mate voorhanden. “Deze aannemers lieten in hun aanbieding zien hoe ze het werk uitvoeren met het materieel dat er wél is, maar dan misschien met een iets andere uitvoeringswijze. Dat soort oplossingen, daar is deze bouwcombinatie goed in.”

Data

Dit vergt soms aanpassingen op de planning. Zeilmaker: “Met veel dingen weet je: als je met full power kunt werken, gaat het makkelijker. Maar in dit project hebben we de ruimte en de middelen om dat samen met de opdrachtgever te onderzoeken: wat gaat langzamer? Of valt het mee en gaat het eigenlijk even snel? Hoe gaat het met deze grondlaag? Zo genereer je data die je weer voor andere projecten gebruikt. In dit project komen veel verschillende werkzaamheden samen. Er komen straks zeker andere Hanzesteden of gemeenten, waar een primaire kering zit, langs. Die halen dan hier hun data vandaan.”

Onderdeel van de oplossing

Volgens zowel Zeilmaker als Klerkx wordt het kip-en-eiprobleem geminimaliseerd als de opdrachtgever bij dergelijke projecten op voorhand laadmogelijkheden creëert en de markt uitdaagt om zero-emissie materieel in te zetten. “Daag de markt uit, maar wees als opdrachtgever onderdeel van de oplossing, bijvoorbeeld door op voorhand je elektra- en laadcapaciteit te regelen. Zo neem je risico’s weg en maak je de broodnodige transitie naar zero-emissie materieel aantrekkelijk.”