Op de parkeerplaats van een verzorgingstehuis in Aalsmeer draait een Relly behendig in de rondte. Pakketten stenen gaan van de ene naar de andere kant van het terrein. Op de minishovel: Jelle Grift. Samen met een collega heeft hij de schone taak de parkeerplaats opnieuw te bestraten. Een klus van een week of drie. “Nog een paar dagen en dan zijn we klaar, het schiet al aardig op”, zegt hij tevreden.

Met grof geweld
Het stratenmaken zit Jelle niet in het bloed, hij rolde er vanzelf in. “ Van jongs af aan wilde ik graag buiten werken. Ik ben begonnen als hovenier. Vroeger deed ik dat al als bijbaantje op de zaterdag en toen ben ik er later de opleiding voor gaan volgen. Maar het beviel me niet echt. Je moet heel precies zijn, alles komt heel nauw. En ik ben niet altijd even voorzichtig. Ik dacht dat het straatwerk me beter zou passen.” Hij kende Evert-Jan de Gooijer nog van vroeger en kon bij zijn bedrijf aan de slag. “Dit kan met grof geweld, dat bevalt me beter”, lacht Jelle. “En het werken met machines vind ik leuk.”
Fijn bedrijf
“Ik doe hier eigenlijk van alles. Stratenmaken, grondwerk, noem maar op: het is maar net waar ik naartoe gestuurd word. Maar over het algemeen doe ik de grote projecten, zoals dit.” Met een grijns: “Althans, dit vinden ze op kantoor een groot project. Ik vind het wel meevallen.”
De Gooijer Grond- en Straatwerk doet allerlei klussen, zowel particulier als zakelijk. Het bedrijf, opgericht door Evert-Jan de Gooijer, heeft zo’n twintig medewerkers en werkt voornamelijk in de regio Veenendaal. Soms dus ook wat verder, zoals hier in Aalsmeer. “Het is een fijn bedrijf om voor te werken”, aldus Jelle. “We zijn een hecht team, ons kent ons. En met Evert-Jan kun je prima werken, hij helpt je ook als er iets is. Een betere baas is er niet.” Na een korte pauze: “Tja, er zal er vast wel eentje zijn maar ik ken ‘m in ieder geval niet.”

Meer machinaal bestraten
De klussen zoals deze in Aalsmeer passen Jelle het best. “Hier kan ik lekker doorwerken, ik heb de ruimte en heb van niemand last. En we kunnen hier voornamelijk machinaal bestraten.” Het machinaal bestraten, Jelle zag het in zijn tijd als stratenmaker steeds meer opkomen. “Toen ik begon werd er veel meer met de hand gedaan dan nu, dat verschil kun je goed merken. Maar de meningen verschillen erover, de ene vindt het fijner dan de ander. Het is voornamelijk de oude garde die liever met de hand legt, dat zijn ze altijd gewend geweest. Ik doe het liever machinaal. Daar proberen we bij De Gooijer zo veel mogelijk op in te zetten. Ook op dit project, alleen het precisiewerk aan de randen doen we met de hand.”
Officieel mag je in Nederland 40 vierkante meter per persoon per dag met de hand bestraten. De Nederlandse Arbeidsinspectie controleert daar steeds strenger op. Wat vroeger nog makkelijker met een waarschuwing werd afgedaan, leidt nu vaker tot het direct stilleggen van het werk. Jelle: “Als het machinaal kan: doen wat mij betreft. Het scheelt qua belasting heel veel.”
Beresterk
Bij De Gooijer werkt Jelle sinds een jaar met de Relly 1.8, het zwaarste model van de Nederlandse fabrikant. “Hij bevalt goed. De machine is beresterk en kan een hoop hebben. Hier pak je makkelijk twee pakketten stenen mee, dat is af en toe wel nodig en scheelt ruimte op het werk. Ik moest even wennen want ik heb hiervoor natuurlijk altijd met Knikmops gewerkt, wat uiteraard ook harstikke goede machines zijn. Maar de Relly is voor mijn gevoel iets luxer qua bediening. Bijvoorbeeld een machinaalklem kan ik met alleen de joystick bedienen, dat vind ik een pluspunt.”
Goed drinken
Op de dag dat we Jelle opzoeken is het met ruim 30 graden bloedheet, niet voor het eerst en hoogstwaarschijnlijk niet voor het laatst deze zomer. Hoe ga je daar mee om, als je de hele dag moet doorbuffelen in de brandende zon? “Goed drinken”, is Jelle’s nuchtere antwoord. “En als het écht heel heet is houden we er mee op. Maar over het algemeen proberen we door te werken. Je kunt wel vroeg willen beginnen maar ik moet anderhalf uur rijden van thuis naar hier. Daarnaast kúnnen we hier niet eens heel vroeg beginnen want de bewoners zitten met hun neus op de parkeerplaats.”

En dus: goed drinken en op tijd de schaduw opzoeken. Dat lukt niet altijd, verraad de rode hals van de jonge stratenmaker. “Smeren is niet helemaal mijn hobby”, lacht hij. Nee, om de oplopende temperaturen kan hij zich niet drukmaken. “Als ik daar aan begin… Ik kan er toch niks aan doen. Mijn collega’s en ik proberen er allemaal op onze eigen manier mee om te gaan.”
Andere mentaliteit
Naast de fysieke uitdagingen ziet Jelle ook veranderingen in de mentaliteit op de werkvloer. “Ik merk daarin wel verschil met tien jaar geleden en nu”, signaleert Jelle. “De jongste generatie wil op tijd naar huis en het werk is al gauw te zwaar. Ik vraag me wel af waar dat aan ligt. Een stukje opvoeding misschien? Het geldt natuurlijk niet voor iedereen maar ik vind het wel jammer. Je kunt mensen niet dwingen om dit vak te beoefenen.”
Zelf is hij nog altijd blij dat hij voor dit vak koos. “De verschillen in projecten houden het leuk en uitdagend. Als je een stuk rechte straat moet leggen is het verstand op nul en gaan. Maar bij een klus als deze komt wel een stuk maatvoering kijken. Je moet de hoogtes bepalen en kijken hoe je uitkomt met je parkeervakken. Dat vraagt om een stukje nadenken en dat is leuk. Ik heb altijd gezegd: tot mijn 35ste of 40ste wil ik dit werk doen en daarna wil ik overstappen op een grote shovel of een kraan. Ik ben nog aardig fit, dus dat ga ik wel redden.”
















