artikel

Milieubeleid treft kraanverhuurders ‘onevenredig hard’: half miljard aan investeringen nodig

Ondernemen Premium

Milieubeleid treft kraanverhuurders ‘onevenredig hard’: half miljard aan investeringen nodig

Verhuurders van mobiele telescoop- en torenkranen moeten rekening houden met forse investeringen in de nabije toekomst. Aangescherpte regelgeving vanuit de overheid kan betekenen dat vóór 2022 bijna een half miljard euro nodig is om verouderde kranen te vervangen.

Bovenstaande verwachting wordt uitgesproken door Erik Slaaf, assetmanager bouwmachines bij ING Lease.

In zijn visiedocument ‘Een blik in de toekomst van de kraanverhuursector. Op naar een nieuw evenwicht’ schetst Slaaf het beeld van een sector die de komende jaren te maken kan krijgen met revolutionaire veranderingen.

Regels bouwmachines gelijk aan die voor vrachtvervoer

Slaaf vreest dat nieuw overheidsbeleid de kraanverhuurders ‘onevenredig hard’ gaat treffen. Hij gaat ervan uit dat in nieuwe regelgeving geen onderscheid zal worden gemaakt tussen verschillende soorten bouwmachines.

Zijn aanname is dat het aantal milieuzones ‘explosief’ zal stijgen, en dat het gebruik van schonere motoren verplicht wordt. Daarnaast is zijn verwachting dat de regels voor bouwmachines gelijk gaan worden gesteld aan die voor vrachtvervoer.

Minimale motorvereiste in 2022 Stage IV

In zijn visiedocument spreekt Slaaf de verwachting uit dat de minimale motorvereiste voor bouwmaterieel in 2022 komt te liggen op Stage IV, de equivalent van Euro VI in het wegtransport.

Stage IV-motoren zijn in 2014-2015 op de markt gekomen. ‘Met andere woorden: een nieuwe bouwmachine mag in 2022 maximaal acht jaar oud zijn, wil deze binnenstedelijk, door nieuwe regelgeving, worden toegelaten’, concludeert Slaaf.

De kranenparken in Nederland zijn verouderd

De crisis heeft gezorgd voor uitholling van de reserves in de kraanverhuurbranche. De ruimte voor vervangings- en uitbreidingsinvesteringen is volgens Slaaf ‘beperkt’. Het gevolg is dat kranenparken verouderd zijn.

Tekst gaat door onder de grafiek.

Het aantal kranen ligt in ons land op ongeveer 1600. Hiervan is 30 procent jonger dan acht jaar. Gemiddeld draait 50 procent van de kranen binnenstedelijk.

70 procent van de kranen mag straks niet meer binnenstedelijk draaien

‘Van het totale kranenpark mag 70 procent straks niet meer binnenstedelijk draaien’, verwacht Slaaf op basis van zijn aannames.

‘Aangezien gemiddeld 50 procent binnenstedelijk draait, zal minimaal 20 procent vervangen moeten worden. Deze vervanging komt bovenop de normale vervangingsinvesteringen.’

640 nieuwe kranen = 448 miljoen euro

Slaaf veronderstelt dat bedrijven ook een buffer aan kranen nodig hebben om piekvragen op te vangen. Hij gaat hierbij uit van 20 procent als ’minimale vereiste’.

Slaaf: ‘Bij het huidige kranenpark van 1.600 kranen zou dit betekenen dat in totaal ongeveer 640 kranen extra vervangen moeten worden in de komende jaren naar 2022. Bij een gemiddeld investeringsbedrag van 700.000 euro per kraan komt dit neer op een bedrag van 448 miljoen.’

Minder spelers, minder kranen, hogere prijzen

Uiteindelijk zal dit alles in de visie van Slaaf leiden tot ‘een nieuw evenwicht’ op de markt. Concreet gaat het dan om minder spelers, minder kranen en hogere prijzen. Slaaf spreekt van ‘een aanzienlijk hogere prijs per draaiuur’.

Er komen nieuwe toetreders en door de toenemende schaarste zullen diverse bouwbedrijven zelf kranen gaan aanschaffen, zo luidt de verwachting van Slaaf. ‘Voor bouwbedrijven die incidenteel een kraan huren zal dit niet rendabel zijn, maar voor grote partijen die meerdere kranen per dag inhuren kan dit op een gegeven moment een voordeliger optie worden.’

Lees hier een blog van Erik Slaaf over de te verwachten milieuregels.

Twee keer per week de gratis nieuwsbrief van BouwMachines ontvangen? Schrijf u hier in.

 

Reageer op dit artikel