artikel

Volautomatische snelwissel jaagt bij Lek de productiviteit omhoog: aanschaf binnen twee jaar terugverdiend

Ondernemen

Volautomatische snelwissel jaagt bij Lek de productiviteit omhoog: aanschaf binnen twee jaar terugverdiend

Anderhalf jaar geleden monteerde Lek Sloopwerken haar eerste volautomatische snelwissel op een sloopmachine. Inmiddels is bijna het hele machinepark van de handige sloophulpjes voorzien. Eigenaar Maarten Lek: ‘De productiviteit van onze machines steeg met 20 tot 30%. Binnen twee jaar is de aanschaf terugverdiend en levert hij al geld op.’

Met een volautomatische snelwissel krijg je als machinist bij een slopersbedrijf een heleboel gemak op een presenteerblaadje. Met één druk op de knop verwissel je binnen enkele tientallen seconden de grijper én de hydrauliek voor bijvoorbeeld een sloophamer. Zónder dat je de cabine uit hoeft te klimmen. Ideaal.

Aanvankelijk was Lek best sceptisch

Toch moesten de machinisten van Lek Sloopwerken geduld hebben voordat hun baas investeerde in het systeem.

Meer weten over volautomatische snelwissels?

Meer weten over volautomatische snelwissels?

‘Tsja’, begint Maarten Lek. ‘Ik draai er niet omheen. Zoals zovelen stond ik aanvankelijk best sceptisch tegenover de volautomaat. Elke machine had toch al een snelwissel waar de jongens prima mee uit de voeten konden? En als we zouden overschakelen, moesten al onze CW-wissels worden vervangen. Dat zou een vermogen kosten. En koppelde die hydrauliek écht wel zo goed als de fabrikanten beweerden?’ 

Ondanks de scepsis werd anderhalf jaar terug de eerste machine van een volautomatische snelwissel voorzien; een nieuwe Cat 336F. Vanwaar de ommezwaai? Maarten Lek: ‘In de markt hoorde ik steeds meer tevreden geluiden over volautomatische snelwisselsystemen. Machinisten verhoogden er hun productiviteit flink mee en problemen waren er niet of nauwelijks. Als ondernemer ben ik altijd op zoek naar meer efficiëntie, dus toch maar eens de proef op de som nemen. En dat kun je het beste doen met een nieuwe machine en een nieuwe set tools. Dan investeer je in elk geval niet twee keer in een snelwissel.’ 

Maarten Lek liet OilQuick-importeur Demarec een OQ 80-systeem op de Cat en de uitrustingsstukken monteren. Op de vraag waarom hij koos voor OilQuick en niet voor de systemen van bijvoorbeeld Riedlberger of Lehnhoff, heeft Maarten een eenvoudig antwoord. ‘Alle bedrijven waar ik de positieve ervaringen van hoorde, werkten met OilQuick. Waarom zou ik dan een ander systeem kiezen?’

Dolgelukkige machinist: uitrustingsstuk binnen 10 of 20 seconden gewisseld

De machinist die op de nieuwe Cat met volautomatische snelwissel kwam te draaien, kon na een dag zijn geluk al niet meer op. Waar hij normaliter voor het wisselen van een uitrustingsstuk toch zeker een kwartier aan het stoeien was met hydrauliekslangen, was de klus nu in 10 tot 20 seconden gepiept. Gevolg was dat hij op een dag véél meer productieve uren draaide. 

Tekst gaat door onder de foto.

Volautomatische snelwissel. Lek Sloopwerken werkt met het OilQuick systeem om tools te wisselen

De generale repetitie was geslaagd, Maarten Lek was overtuigd van de winst die een volautomatische snelwissel hem én zijn medewerkers zou brengen. Resultaat is dat eind 2018 vier kranen van 19 tot 40 ton van een OilQuick OQ 80 zijn voorzien en dat recentelijk ook de Komatsu 490 en Cat 352 met een grotere OQ 90 zijn uitgerust.

Geen volautomaat op de grootste machines

Bij sommige machines is het systeem en de bijbehorende vaste set uitrustingsstukken gemonteerd toen ze nieuw werd gekocht, bij andere is de CW-snelwissel vervangen door de volautomaat met symmetrische wissel. Waar Maarten geen systeem op liet plaatsen, waren de grootste machines; de 70-tons Volvo, de 100-tons Volvo en de 160-tons Hitachi.

‘Deze machines werken bijna altijd met lange giek en wisselen veel minder vaak van tool dan de kleinere machines. Dan haal je de plus van een volautomatische snelwissel er nooit uit.’ 

Vijftig keer per dag wisselen van tool

De volautomatische snelwissels brengen Maarten Lek en zijn machinisten veel plussen. De machines zijn zoals gezegd minder tijd kwijt aan wisselen en draaien daardoor meer productie. Maar machinisten pakken ook sneller een andere tool waarmee het werk sneller gedaan wordt.

Volautomatische snelwissel. Lek Sloopwerken werkt met het OilQuick systeem om tools te wisselen

Maarten Lek.

‘Sommige machinisten wisselen wel vijftig keer per dag van tool. Als er even geen vrachtwagen is om te laden, vergruizen ze even of slopen verder. Die flexibiliteit komt de productiviteit enorm ten goede, maar spaart vaak ook een machine uit. Met een individuele machine draaien we zo op een dag wel twintig tot dertig procent meer productie. Je wint dagen en soms zelfs weken op een sloopklus.’ 

Einde aan ‘standje onbenullig’: minder slijtage aan uitrustingsstukken

Nog een plus van de volautomaat: minder slijtage aan de uitrustingsstukken.

‘In het verleden had je een slooptool aan de machine zitten en wisselde je liefst zo min mogelijk. Had je de schaar aan de kraan hangen, maar moest je eigenlijk de hamer hebben? Wisselen kost te veel tijd, dus kies je er als machinist voor om het ‘standje onbenullig’ in te schakelen. De gevolgen voor de uitrustingstukken én voor de machine laten zich raden.’ 

Ook minder slangbreuken sinds de overstap

Maarten Lek constateert ook minder slangbreuken sinds de overstap.

‘Doordat de hydrauliek in de snelwissel wordt doorgekoppeld, heb je veel minder uitstekende slangen die ergens achter kunnen blijven hangen.’

OilQuick: sinds 1993

Lek Sloopwerken werkt net als het overgrote deel van de sloopbedrijven met de volautomatische snelwissel van de Zweedse marktleider OilQuick.

Doordat het OilQuick-systeem de laatste jaren volop in beeld is, denken we dat het een nieuw product is. Dat is allerminst waar. OilQuick kwam al in 1993 op de markt.

De basis van het OilQuick-systeem is een symmetrische snelwissel. Na het sluiten van de snelwissel wordt in één beweging de hydrauliek doorgekoppeld.

Op de snelwissel zitten de ‘vrouwtjes’ van de koppeling, op het uitrustingsstuk de ‘mannetjes’. De koppeling gebeurt horizontaal waardoor er volgens de fabrikant minder kans op vervuiling is.

Verder is volgens Maarten Lek ook het onderhoud minimaal. Doordat de spiecilinders van de snelwissel onder constante druk staan, komt er geen speling op de koppeling. Daardoor slijt deze niet uit. ‘Het enige dat we regelmatig moeten doen, is de rubberen O-ringen vervangen. Die slijten door het koppelen uit en lekken dan. Maar dat vervangen is een werk van niets.’ 

Vanaf het derde jaar levert de investering dagelijks geld op

Voordelen te over. Maar om die voordelen te behalen, moet wel de portemonnee worden getrokken. De kosten voor een OQ 80 inclusief opbouw en ombouw van drie uitrustingsstukken en twee bakken kost zo’n 40.000 euro. Bij een OQ 90 bedragen deze kosten zo’n 60.000 euro.

Lees ook: automatische snelwissel wordt booming

Maarten Lek relativeert deze investering direct. ‘Door de hogere productiviteit, de verminderde slijtage van de tools en het geringere aantal slangbreuken verdienen wij onze volautomatische snelwissels binnen twee jaar terug. Vervolgens leveren ze vanaf het derde jaar dagelijks geld op.’

Toch trekt de investering in de volautomaat een flinke wissel op het werkkapitaal van de onderneming. ‘Daarom hebben we er voor gekozen om machine voor machine over te stappen en niet in één keer om te gaan.’ 

Tools met neus in de wind neerleggen

Leks machinisten zweren inmiddels bij de volautomatische snelwissel. ‘Als ik ze er morgen afhaal heb ik een groot probleem’, vertelt Maarten Lek lachend. ‘De wissel is de basis van het werk geworden. Tijdens het slopen worden de slooptools heel handig binnen bereik van de machine gelegd. Dan kunnen de jongens vlot wisselen zonder dat ze de kraan hoeven te verplaatsen. Heel efficiënt en het zorgt ervoor dat je ook veel sneller een andere tool pakt.’

Wat Maarten Lek verder ziet, is dat de slimste jongens van de klas de tools zo neerleggen, dat ze niet worden bedolven onder het stof van de sloop. ‘Met de neus in de wind dus. Door hier attent op te zijn, voorkom je dat je als machinist toch nog telkens uit de cabine moet om de kopplaat schoon te maken. In tegenstelling tot het koppelingsdeel op de machine heeft deze geen beschermkap maar ligt open en bloot.’ 

Slooptools gaan mee naar de nieuwe machine

Maarten Lek verwacht dat over enkele jaren praktisch alle sloopmachines voorzien zijn van volautomatische snelkoppelingen. ‘Elke nieuwe machine die wij kopen – met uitzondering van de honderd-plussers – rusten we er in elk geval mee uit. Daarbij plaatsen we de volautomaat van de oude kraan niet over op de nieuwe, maar investeren we in een nieuw systeem. De slooptools – mits ze nog goed zijn – gaan mee naar de nieuwe machine, waardoor de investering beperkt blijft tot een nieuw machinedeel. En dan heb je de investering nog sneller terugverdiend als twee jaar.’

Lees ook: OilQuick krijgt concurrentie

Ook een abonnement op BouwMachines? Dit is al mogelijk vanaf 6,25 euro per maand. Kijk hier naar de mogelijkheden.

 

 

Reageer op dit artikel