artikel

Machines zelf onderhouden, of juist niet? Drie bedrijven met elk een eigen strategie

Ondernemen Premium

Machines zelf onderhouden, of juist niet? Drie bedrijven met elk een eigen strategie

Als bedrijf zélf je machines onderhouden. De één ziet er zeker de plussen van in, de ander heeft alleen al bij de gedachte slapeloze nachten. Drie bedrijven in drie sectoren doen speciaal voor BouwMachines hun onderhoudsstrategie uit de doeken. Opvallend is dat de beleving van kosten, gemak en flexibiliteit voor elke ondernemer anders is.

VolkerRail: zoveel mogelijk in eigen beheer

Voor het aanleggen en onderhouden van sporen en het bouwen en onderhouden van – al dan niet spoorgerelateerde – bruggen, sluizen en andere kunstwerken beschikt VolkerRail over een keur aan machines. Die worden alle zoveel mogelijk in eigen beheer onderhouden bij de 133 medewerkers tellende materieeldienst in Dordrecht. 

De materieeldienst ontfermt zich ook over de 18 spoorkranen – krols – die VolkerRail heeft. Pedro Hoefnagels, teamleider en uitvoerder: ‘We willen het onderhoud zoveel mogelijk zelf doen. Omdat we de monteurs beschikbaar hebben en we efficiënt kunnen werken. We werken vaak ’s nachts en onder tijdsdruk, en dan moeten we er zeker van zijn dat storingen ook gelijk verholpen kunnen worden. Met onderhoud in eigen beheer en kennis van de machines in eigen huis hebben we die zekerheid.’ 

VolkerRail investeerde afgelopen tijd in nieuwe Liebherr krols die door het Duitse merk compleet af-fabriek zijn geleverd. In het verleden liet het bedrijf standaard-kranen ombouwen tot krol (kraan op lorries). ‘Bij de aankoop van die nieuwe spoorkranen hebben we er ook weer heel bewust voor gekozen om het onderhoud zelf te blijven doen. Niet in de laatste plaats om onze kennis up-to-date houden. En lukt een reparatie of onderhoudsbeurt niet qua tijd, dan gaat een machine naar de dealer voor onderhoud.’ 

Bork: alle machines naar de dealer

 ‘Tussen het zelf onderhouden van machines en het door de dealer laten doen, zit voor ons bedrijf qua kosten amper verschil. Dan kiezen wij vanwege het gemak voor onderhoud door de dealer’, vertelt Jan Bork van de in sloopwerken gespecialiseerde Bork Groep in het Drentse Stuifzand. 

Bork koopt de sloopmachines die het op zijn projecten inzet nieuw en sluit daar 5-jarige onderhoudscontracten op af. ‘Na vijf jaar kijken we of we de machine aanhouden of inruilen. Houden we zo’n machine, dan bekijken we per geval of we het onderhoud tóch zelf gaan doen of blijven uitbesteden. In bijna alle gevallen kiezen we voor het laatste. Omdat al onze machines altijd op locatie draaien, moeten we bij een storing een berg gereedschap in de bus laden, bij de dealer langs voor het bewuste onderdeel en in het veld zonder de juiste gereedschappen gaan liggen sleutelen. De dealer heeft een compleet ingerichte servicebus, kent de machines van haver tot gort en werkt veel sneller dan wij dat kunnen. En onder de streep is het zeker niet duurder, omdat de stilstand van de machine minimaal is.’  

Bork zou het onderhoud wel zelf kúnnen uitvoeren. Het bedrijf beschikt over een compleet uitgeruste werkplaats waar twee monteurs werken en een magazijn met een magazijnmeester die ook het kleine gereedschap onderhoudt en keurt. Jan Bork: ‘Een machine staat er echter bijna nooit. In de werkplaats leggen we ons vooral toe op het onderhouden van onze slooptools. Dat is wel interessant om zelf te doen. We hebben veel kennis op dat terrein in huis, beschikken over alle benodigde las- en metaalbewerkingsapparatuur en in 99% van de gevallen hoeft het niet direct klaar.’ 

De Haan: dealer én eigen onderhoud

Guido en Roy de Haan hebben in Bussloo bij Deventer een grondverzetbedrijf met een machinepark bestaand uit vijf rupsgravers, een mobiele graafmachine, een wiellader, vier dumpers en een Challenger die als dumper en dozer kan worden ingezet. Het onderhoud aan de machines werd in het verleden volledig in eigen beheer uitgevoerd. Daar zijn de gebroeders De Haan echter mee gestopt. 

‘Om verschillende redenen’, vertelt Roy de Haan. ‘Allereerst omdat we op een bepaald moment niet meer genoeg werk voor de eigen monteur hadden. Bovendien werd die hoeveelheid werk steeds minder, doordat de onderhoudsintervallen steeds langer werden. Daarnaast zorgde de vele elektronica aan boord van de machines dat je zelf steeds minder kunt doen. Je hebt de kennis niet die de monteurs bij de dealer hebben en beschikt sowieso niet over de technische info die de dealer wel heeft. Dat maakt het steeds lastiger om alle onderhoud zelf te doen.’ 

De Haan heeft ervoor gekozen om zestig procent van het onderhoud bij de dealer te laten uitvoeren. ‘Hiervoor sloten we onderhoudscontracten af, zodat we weten waar we qua kosten aan toe zijn en vlot worden geholpen bij storingen.’ De veertig procent onderhoud die De Haan nog wel zelf doet, betreft het meer reguliere onderhoudswerk, zoals het verversen van de oliën en het vervangen van een startmotor of dynamo. Roy de Haan: ‘Daarvoor hebben we geen eigen monteur meer, maar huren we een vaste zzp-monteur in. Hij levert perfect werk en is flexibel, waardoor we perfect in onze onderhoudsbehoefte kunnen voorzien.’ 

Ook een abonnement op BouwMachines? Dit is al mogelijk vanaf 6,25 euro per maand. Kijk hier naar de mogelijkheden.

 

 

Reageer op dit artikel