artikel

Uitkomst GTL-proef vertekend door inzet oude machine

Ondernemen Premium

De uitkomst van de GTL-proef waarbij 46 procent fijnstofreductie is gemeld, geeft een vertekend beeld. Als bij de onderliggende praktijktest een modernere machine was gebruikt, zou het verschil met diesel aanzienlijk kleiner zijn geweest. Dan zou dit verschil mogelijk zelfs ‘dichtbij nul’ hebben gelegen.

Uitkomst GTL-proef vertekend door inzet oude machine

Deze conclusie valt te trekken uit een toelichting die Bart Jansen, productspecialist bij Volvo-importeur SMT, desgevraagd aan BouwMachines heeft verstrekt.

Uitstootreductie 46 procent gemeten door gebruik GTL

Onlangs werd bekend dat bij metingen op het project Rotterdamsebaan in Den Haag een uitstootreductie van 46 procent is vastgesteld.

Dit resultaat werd bereikt door bouwmaterieel te laten draaien op GTL in plaats van diesel. GTL (gas-to-liquids) is een door Shell ontwikkelde, uit aardgas gemaakte brandstof.

In 2012 werden de Europese emissie-eisen strenger

Bij de metingen in Den Haag werd gebruikgemaakt van een uit 2009 stammende Volvo L70F-wiellader met een Stage IIIA-motor. Sinds 1 januari 2012 mogen machines in deze vermogensklasse (125 kW) niet meer met een dergelijke motor worden afgeleverd. Dit vanwege strengere Europese emissie-eisen.

De uitstoot van fijnstof moest per 2012 bij nieuwe machines in de klasse van 75 tot 130 kW met ruim 90 procent omlaag. Stage IIIA stond een uitstoot van 0,3 gram per kilowattuur toe. Met ingang van 2012 was voor nieuwe machines in deze vermogensklasse de Stage IIIB-motor verplicht, met een maximale uitstoot van 0,025 gram per kilowattuur.

Bij emissiemeting met andere motor zou verschil bijna nul zijn

Volgens Volvo-productspecialist Bart Jansen zou de GTL-test een totaal andere uitslag te zien hebben gegeven als een machine met een Stage IIIB-motor was gebruikt. ‘Bij een Stage IIIB-motor is de roetuitstoot zó veel minder dan bij een Stage IIIA-motor, dat mag je niet met elkaar vergelijken.’

Volvo-GTL-proef-2

Met deze Volvo L70-F werden de testmetingen van de GTL-proef gedaan.

Jansen vermoedt dat bij een emissiemeting op een machine met een Stage IIIB-motor het verschil tussen GTL en diesel verwaarloosbaar klein zal zijn. ‘Dichtbij nul, ja’, concludeert hij. ‘Je kan op verschillende manieren aan de Stage IIIB-normen voldoen. Volvo gebruikt een roetfilter. Daarin wordt het roet afgevangen. Het mooiste zou zijn als deze test nog een keer wordt gedaan, maar dan met een gelijkwaardige machine met een Stage IIIB- of Stage IV-motor.’

GTL geeft een betere verbranding dan diesel

Op zichzelf is Jansen positief over GTL. ‘Het is een schonere brandstof, die een betere verbranding geeft dan diesel. Daarom is het goed om GTL te testen met een machine met een Stage IIIA-motor. Hiermee wordt het effect duidelijk zichtbaar. Bij klanten hebben wij daarnaast de ervaring dat GTL positief uitpakt op het EATS-systeem voor uitlaatgasnabehandeling.’

Regulier onderhoud van belang om emissies te beperken

Het roetfilter maakt deel uit van het EATS-systeem, dat de uitlaatgassen reguleert en de emissies beperkt. Om dit EATS-systeem (Exhaust Aftertreatment System) goed te laten werken, is wel van belang dat kleppen tijdig worden gesteld, dat de intervallen voor het regenereren van het roetfilter worden nageleefd, en dat de motorolie en filters op gezette tijden worden vervangen.

‘Elke machine heeft haar reguliere onderhoud nodig. Het heeft bij moderne machines zijn weerslag op de werking van het systeem als je dit niet doet. Een machine die netjes wordt onderhouden, functioneert beter’, aldus Jansen.

Bij Stage IIIA-motoren zie je ‘rookpluimen en dieselwalmen’

Machines met Stage IIIA-motoren zorgen volgens Jansen voor uitstoot in de vorm van ‘rookpluimen en dieselwalmen’. Daarom worden ze steeds minder ingezet, zegt hij, mede door de eisen bij aanbestedingen.

‘Gebruikte machines met een Stage IIIA-motor zijn bijna altijd voor de export. Je ziet ze nog weleens draaien bij transportbedrijven voor het laden van vrachtwagens, bij een loonwerker op de kuil, of bijvoorbeeld bij hoveniers. Maar het wordt steeds minder. Stage IIIB en Stage IV zijn gemeengoed geworden.’

Geteste machine was op Rotterdamsebaan aan het werk

Bramske van Beijma, manager energietransitie en innovatie bij BAM, zegt dat de machine die is gebruikt voor de GTL-test daadwerkelijk op de Rotterdamsebaan aan het werk was. Het ging om een shovel van een loonbedrijf.

‘Aanvankelijk is overwogen om een test te doen met drie machines, maar dat werd te duur. Toen is gekozen voor deze machine. Het was misschien een oude, maar wel representatieve wiellader voor dit type infra-werk. Aangezien materieel langere tijd meegaat, draaien we niet met allemaal nieuwere machines. GTL is een prima tussenoplossing om de uitstoot van oudere motoren te beperken’, aldus Van Beijma.

Shell was opdrachtgever van het onderzoek

Magchiel van Os, manager businessdevelopment energietransitie bij BAM Infra, was als duurzaamheidsmanager van het project Rotterdamsebaan betrokken bij alle besprekingen over de GTL-proef. ‘De keuze om goedkoper te gaan, lag niet bij ons, maar bij Shell’, zegt Van Os. ‘Wij hebben alles gefaciliteerd. Maar het was aan Shell welke testen zouden worden gedaan. Shell besliste ook over het aantal types materieel voor de testen, en over de categorie motoren. Deze beslissingen lagen niet bij ons.’

BAM is hoofdaannemer van het project Rotterdamsebaan. Shell was opdrachtgever van het GTL-onderzoek.

 

Reageer op dit artikel