artikel

Nog veel winst te behalen met Het Nieuwe Draaien

Ondernemen

Nog veel winst te behalen met Het Nieuwe Draaien

Hoewel al jaren cursussen worden gegeven over Het Nieuwe Draaien,  zijn machinisten geneigd om in hun oude patroon te vervallen. Voor ondernemers valt er daarom nog veel te besparen.

Tussen de twee- en drieduizend machinisten heeft Sytze Kloosterman voorbij zien komen sinds hij in 2004 voor het eerst een cursus Efficiënt en Effectief Machinegebruik gaf. Deze opleiding kwam destijds tot stand op initiatief van Aannemingsbedrijf Jos Scholman in Nieuwegein. De training evolueerde, en onder de vleugels van de BMWT en SOMA Bedrijfsopleidingen is de naam tegenwoordig Het Nieuwe Draaien. ‘We hebben het steeds verder uitgebreid en uitgebouwd tot wat het nu is’, zegt Kloosterman, accountmanager bij SOMA Bedrijfsopleidingen.

Het Nieuwe Draaien kwam in stroomversnelling

Sinds de samenwerking tussen SOMA en de BMWT in 2010 concrete vormen aannam, is de belangstelling voor het onderwerp in een stroomversnelling terechtgekomen, weet Kloosterman. ‘De certificering door BMWT heeft daar zeker aan bijgedragen. De BMWT certificeert de opleiding, de docent én de cursist. In de markt schept dat vertrouwen.’

Green Deal

Opleidingen zijn zeker nog nodig om de belangrijkste doelstelling uit de in 2016 gesloten Green Deal Het Nieuwe Draaien te realiseren: 10 procent minder brandstofverbruik door grondverzetmaterieel in 2020.  Het peiljaar is 2014. ‘We zijn op weg, maar moeten nog een flinke slag maken.’

Als je rupsgravers aan het werk hebt, en er is ook een laadschop in de buurt, laat de laadschop dan met de gasolietank langs de rupskranen rijden om ze af te tanken. Zo simpel is het vaak.

De opleiding Het Nieuwe Draaien bestaat sinds enkele jaren uit twee onderdelen. De eerste is een praktijktraining met theoretische ondersteuning. De tweede is Het Nieuwe Draaien 2.0. Kloosterman: ‘Hierbij bekijken we hoe de machinist in de praktijk werkt. We geven feedback en bespreken onze bevindingen. Een rapport gaat vervolgens naar de werkgever, of naar de betrokken zzp’er.’

E-learning-module voor Het Nieuwe Draaien

Om nog een tussenstap in te lassen, is in 2018 een e-learning-module gelanceerd. Hierbij kan de machinist thuis vanachter zijn computer verder op weg worden geholpen. De e-learning-module bestaat uit film- en beeldmateriaal en quizvragen. Deze stap komt een halfjaar vóór de praktijkschouw.

Volgens Kloosterman bevalt de module erg goed, maar is deze tussenstap ook geen overbodige luxe: ‘Je moet voorkomen dat mensen in hun oude gedrag vervallen. Je moet ze continu bij de arm nemen en meetrekken. Anders zakt het weg, en dan zijn die dure cursussen voor niets geweest.’

Lager toerental

Vooral het op een lager toerental laten draaien van de motor, is bij machinisten moeilijk tussen de oren te krijgen, zo leert de ervaring van Kloosterman. ‘De capaciteit loopt bij een lager toerental echt niet terug. Bij de eco-stand gebruik je 75 procent van het maximale toerental. Maar de machine is dan nog net zo snel en krachtig. Alleen bij echt zwaar werk, bijvoorbeeld het gebruik van een trilplaat of sloophamer, heb je meer toeren nodig.’ Kloosterman vindt dat fabrikanten machines zo moeten instellen, dat de eco-modus de standaard stand is.

Ook valt nog veel te besparen door de machines zo min mogelijk te laten rijden. ‘Als je rupsgravers aan het werk hebt, en er is ook een laadschop in de buurt, laat de laadschop dan met de gasolietank langs de rupskranen rijden om ze af te tanken. Zo simpel is het vaak’, aldus Kloosterman.

Stationair draaien

Een derde post waarop veel kan worden bespaard, is het stationair draaien. ‘Nu is het vaak zo dat de machinist de machine ’s ochtends opstart, en dan in de keet koffie gaat drinken. Dan staat de machine zomaar 15 of 20 minuten stationair te draaien. En in de koffiepauze blijft de machine vaak ook aan staan. Dat is allemaal onnodig.’

Als een machine per dag een halfuur stationair draait, kost je dat als ondernemer 14 euro. Moet je al die halve uurtjes eens bij elkaar optellen. Dan worden het opeens heel grote bedragen.

Om de cabine warm, te krijgen, is het volgens Kloosterman voldoende om de machine vijf minuten voordat de machinist aan het werk gaat, aan te zetten. ‘Laat de motor van die vijf minuten twee minuten een klein beetje boven-stationair draaien, dat is genoeg. Pas tijdens gebruik van de machine raken de hydraulische olie en transmissieolie op temperatuur, en dan wordt de cabine het warmst.’

Machines uitlezen

Met de huidige stand van de techniek is er voor individuele machinisten uiteindelijk geen ontkomen meer aan.  Kloosterman: ‘Als onderdeel van de opleiding lezen wij machines uit via het CAN Bus-systeem. Dan kunnen we zien in welke modus wordt gewerkt, in welke snelheid wordt gereden en hoeveel uren de machine stationair draait. Dan zie je grote verschillen tussen machinisten.’

Zo stuitte Kloosterman eens op twee machinisten die met hetzelfde type machine sterk uiteenlopende hoeveelheden brandstof verbruikten: de ene 8,5 liter per uur, de andere 12 liter per uur. ‘Maar degene die slechts 8,5 liter per uur verbruikte, bleek de machine gigantisch vaak stationair te laten draaien. Dus per draaiuur werkte die andere machinist voordeliger. Hij haalde veel meer rendement uit de dieselolie. Je moet dus altijd wel wat dieper in de cijfers duiken.’

Stationair draaien is geld weggooien

Kloosterman beschouwt het stationair laten draaien van een machine als geld weggooien. ‘We hebben weleens uitgerekend dat een 20-tons graafmachine 28 euro per draaiuur kost aan afschrijving, onderhoud en brandstof. Dus als een machine per dag een halfuur stationair draait, kost je dat als ondernemer 14 euro. Moet je al die halve uurtjes eens bij elkaar optellen. Dan worden het opeens heel grote bedragen.’

 

Reageer op dit artikel