Voor Conmeq is elektro leidend bij ontwerp eigen materieel

Als jong bedrijf ontwierp Conmeq van scratch af een nieuwe elektrische wiellader van minder dan 1 ton. Binnenkort komt daar een 2,5-tons machine bij, in de vorm van een wiellader, een verreiker en zelfs een graafmachine, die worden gebouwd op één platform.
Conmeq begon met de ontwikkeling van een machine in het kleinste segment. (Foto's: Conmeq)

‘Een elektrische machine helemaal vanaf de tekentafel nieuw ontwerpen; dat ga je niet doen als het voor je eigen rekening en risico zou zijn. Dan kies je net als wij voor ombouw van een bestaande machine.’ Dat was het advies dat Boris Koot kreeg van een machinebouwer.

In januari 2019 zijn we met z’n drieën met Conmeq begonnen en in oktober 2019 reed de eerste wiellader

‘In de vakantie van 2017 ging ik me afvragen of dat wel klopte. Toen heb ik iemand vanuit werktuigbouwkunde binnen gehaald en iemand vanuit elektrotechniek en softwarebesturing. In januari 2019 zijn we met z’n drieën met Conmeq begonnen en in oktober 2019 reed de eerste wiellader.’

Vermeer Groep

Boris Koot is eigenlijk bankier en hield zich bezig met vermogensbeheer van zakelijk verkregen kapitaal. Via een relatie kwam hij in het bedrijfsleven terecht, met steeds meer de nadruk op machinery en heavy equipment. Vanaf de Bauma 2010 zag hij de behoefte aan emissievrije en stille machines. Die kwamen toen mondjesmaat op de markt, maar vooral als showmodellen. Ook waren het veelal bestaande dieselmachines waarvan de motor werd omgewisseld voor een elektromotor met batterijpakket. Dat moest beter kunnen door een machine volledig op de elektrotechniek te ontwerpen, zo was zijn overtuiging.

Hij deed het voor eigen rekening en risico. In zijn hoofd zat een heel gamma aan met name wielladers, maar gezien het budget begon Conmeq met de kleinste machine, met een eigengewicht van minder dan 1000 kg. Qua prestaties is die volgens hem vergelijkbaar met een 1,5-tons kniklader. VDL hielp het bedrijf met het bouwen van een prototype. En toen de productie in 2020 op gang kwam, meldde Vermeer Groep uit de USA zich. Die wilde stappen maken in elektrificering en nam direct veertig exemplaren af. Die order hielp het beginnend bedrijf enorm op weg. Vermeer biedt de machine aan onder de naam Conmeq maar wel in de eigen kleuren van Vermeer.

Bestaande componenten

Voor de mini-wiellader maakt Conmeq zo veel mogelijk gebruik van bestaande componenten. De assemblage gebeurt in de eigen productiehal in Budel. De productiecapaciteit zou in principe één machine per dag zijn, maar grondstoffenschaarste maakt dat nu nog niet mogelijk. ‘De vraag is er wel. We kunnen niet zo hard groeien als de vraag toeneemt. Niet alleen vanwege grondstoffen, maar ook omdat we het eerst wel moeten verdienen om geld te kunnen investeren.’

Juist omdat wij de machines vanaf scratch ontwerpen, hebben we invloed op de ligging van het zwaartepunt

Niettemin werkt het bedrijf hard aan de ontwikkeling van een elektrische 2,5-tons X-serie wiellader. En dan niet alleen als wiellader, maar tevens als verreiker en als graafmachine. ‘We gaan bouwen op één platform, met één onderstel en meerdere bovenbouwen. En ja, elke machine stelt zijn eigen eisen aan het onderstel. Maar daar kunnen we heel goed in voorzien. Juist omdat wij de machines vanaf scratch ontwerpen, hebben we invloed op de ligging van het zwaartepunt. Dat ligt bij een wiellader idealiter net voor de achteras. Bij de AS15 ligt het daar dus ook, op een duimbreedte afstand van de as. Bij een graafmachine ligt het zwaartepunt juist in het midden. Maar binnen onze componenten is dat zwaartepunt probleemloos daar naartoe te verplaatsen.’

Elektriciteitsverbruik

Belangrijk bij de ontwikkeling van de elektrische wielladers was volgens Boris Koot vooral het elektriciteitsverbruik. ‘Er is veel koudwatervrees in de markt, vooral omdat het batterijpakket aan slijtage onderhevig is en dat wel een duur onderdeel is. Ook zijn er veel vragen over bijvoorbeeld onderhoud. Wij werken met batterijen met laagspanning, zowel in de AS15 als de toekomstige X. Dan heb je geen extra voorzieningen nodig. En onze machines zijn minstens een hele dag in te zetten op één batterijlading. Zelfs in de zwaarste applicatie zoals een sloophamer of rolbezem, waar we altijd in testen. We weten van lichtere inzet, zoals hovenierswerk en stratenmaken waar vooral veel rijcapaciteit wordt gebruikt met veel stops, waar ze zelfs maar eens in de week aan de lading gaan.’

Voor het pand van Conmeq staat nog de eerste AS15 die rijdend de werkplaats uit kwam.

Regenereren

De wiellader is dan ook speciaal ontworpen op minimaal stroomverbruik. ‘We hebben een vierwiel aangedreven systeem, zonder haakse overbrengingen. Daardoor kunnen we het remvermogen maximaal regenereren. Voor het heffen en de aanbouwdelen werken we wel met een hydraulische aandrijving. De techniek voor elektrisch heffen was – en is – nog niet zo ver volgens ons. Voordeel van elektrisch heffen zou zijn dat je ook die elektriciteit kunt regenereren. En bij hydrauliek moet je alles onder druk houden, wat extra energie kost. We hebben dat wel optimaal ontworpen door ventielen zo min mogelijk te knijpen en de pomp alleen in werking te stellen als die nodig is. Ook de druk en het aantal liters per uur hebben we geoptimaliseerd om het verbruik zo laag mogelijk te houden. Dan nog is hydrauliek niet energie-efficiënt. Dat is ook het nadeel van een omgebouwde machine met hydrostatische opstelling. Met een haakse verbinding erin benut je maximaal 30 procent van de energie.’

Het is nu werkend en we gaan het testen met een Zweeds bedrijf

‘Inmiddels hebben we wel elektrische aansturing geprogrammeerd. Het is nu werkend en we gaan het testen met een Zweeds bedrijf. Dan halen we de energie-efficiëntie die we willen doordat we nog meer kunnen regenereren.’

Duurder of niet

Een ander bezwaar uit de markt is de prijs. ‘Elektrische machines zijn in aanschaf altijd duurder, ook als je vanaf scratch begint in plaats van retrofit. Een batterijpakket is nu eenmaal vijf tot acht maal duurder dan een dieselmotor. Maar de return on investment en total cost of ownership zijn exponentieel beter dan bij een brandstofmachine. Kijk alleen maar naar de prijs van elektrische energie of een liter brandstof. Dat maakt zo tot acht euro verschil per uur dat een elektrische machine goedkoper is. Ook zijn de machines koolborstelloos – en dus veel minder slijtage- en onderhoudsgevoelig. Als je dan ook nog je eigen energie opwekt, zit je helemaal goed. Je kunt die dan rechtstreeks gebruiken of eerst opslaan en ’s nachts laden.’

De AS15 is populair in de sloopsector.

Intuïtief te bedienen

Dat de AS15 miniwiellader van scratch af ontwikkeld is, betekent volgens Koot niet dat het voor machinisten ineens een ‘vreemde’ machine is. Integendeel: de wiellader is vrij intuïtief te bedienen. En is ontworpen op wat gangbaar en bekend is in de markt. ‘Zo hebben we de software zo geprogrammeerd dat de machine reageert als een diesel, met een koppelcurve van een diesel in plaats van dat je direct het volledige koppel van een elektromachine beschikbaar hebt. Ook hebben we bijvoorbeeld de remkracht softwarematig bepaald. En we hebben tractiecontrole geprogrammeerd, zodat een wiel in toeren gaat minderen als die los van de grond hangt.’

Maar vooral jongere machinisten willen graag zelf alles instellen en die mogelijkheid bieden we ook

De software biedt vele mogelijkheden. ‘Wie dat wil, kan zo op de wiellader weg rijden. Maar vooral jongere machinisten willen graag zelf alles instellen en die mogelijkheid bieden we ook. Je kunt bijvoorbeeld toerentallen programmeren voor aanbouwdelen, je kunt kiezen of je de bak waterpas of in een constante hoek heft en je kunt kiezen of de bak omhoog of naar beneden beweegt als je de (finger)joystick kantelt. Enzovoort.’

Sloopsector

De AS15 levert volgens Koot prestaties die vergelijkbaar zijn met een 1,5-tons kniklader. De machine heeft echter een eigengewicht van minder dan een ton en kan 500 kg heffen over het gehele bereik. De Nederlandse distributeur DNL Machines en Equipment uit Haastrecht biedt de AS15 zowel voor verkoop als verhuur aan. De multifunctionele inzetbaarheid en de emissieloze en stille elektromotor zijn belangrijke factoren voor koop of huur. De machine wordt veel ingezet in de sloopsector, omdat die op bestaande vloeren kan werken en op plekken kan komen die voor andere machines onbereikbaar zijn. Ook kan de AS15 voorzien worden van remote control, waarmee vooral in de sloop veel veiliger kan worden gewerkt.

De X-serie krijgt een eigengewicht van maximaal 2,5 ton, zodat die met een gewoon rijbewijs vervoerbaar blijft. Het hefvermogen gaat 2 ton bedragen. De bedoeling is dat de X begin 2023 klaar is en aan het eind van het tweede kwartaal of begin derde kwartaal van 2023 uitgeleverd kan worden. Ondertussen denkt Koot ook sterk na over het ontwikkelen van een serie rupsladers.

Uitrustingsstukken

Voor de machines heeft Conmeq een zeer groot aanal uitrustingstukken in het pakket zitten. ‘Daarmee wordt de AS15 een multitool. Je neemt éen machine mee en verschillende uitrustingsstukken, zoals een tapijtstripper, een sloophamer, een bak en een bezem. Daar kun je dan bijvoorbeeld een hele sloopklus mee doen.’

En hun sloophamer regenereert zelf al energie voor de volgende slag

De uitrustingsstukken laat Conmeq vooral bouwen door anderen. Een aantal zijn speciaal aangepast. ‘De AS15 is maar 77 centimeter breed en dus wilden we ook een bak en palletvorken van 77 centimeter breed. Maar sloophamers, grijpers en een trilplaat voor damwanden bijvoorbeeld betrekken we van Dehaco. Die combineren goed met onze hydrauliek. En hun sloophamer regenereert zelf al energie voor de volgende slag.’

Milieufootprint

Bij al deze ontwikkelingen kijkt Conmeq sterk naar de milieufootprint van de machine zelf. Waar het kan past Conmeq staal toe omdat dat zeker te recyclen is. Het gebruikt alleen kunststof waar dat per se nodig is, bijvoorbeeld vanwege isolatie. Verder heeft de machine volgens Conmeq een lifecycle van 20 tot 30 jaar. Koot vindt deze milieufootprint  zeer belangrijk. ‘Want als je beseft waar we nu met z’n allen mee bezig zijn, dan schrik je je rot. Grondstoffen raken een keer uitgeput en daar moeten we heel zuinig mee zijn. En voor het klimaat zullen we echt extra stappen moeten gaan zetten.’