artikel

Van Congo tot Qatar, Snijder draait op alle continenten

Ondernemen

Van Congo tot Qatar, Snijder draait op alle continenten

Van Congo tot Antarctica, en van Qatar tot Australië. Noem een land of plaats in de wereld, en dikke kans dat de machines van Snijder er aan het werk zijn geweest. Of op zijn minst in de buurt. Op alle continenten bewijzen de rupskranen, wielladers, dumptrucks en bulldozers van het Hoornse grondverzet- en verhuurbedrijf hun diensten. Naast het materieel, worden doorgaans ook een mobiele werkplaats en een eigen monteur ingevlogen. ‘Onze klanten verwachten machines die tiptop in orde zijn, en daar zorgen we graag voor.’ BouwMachines neemt een kijkje achter de schermen.

Snijder is een klassiek familiebedrijf, dat is opgericht in 1957. Een van de eerste grotere opdrachten vloeide voort uit de Deltawerken. Oprichter ‘opa’ Snijder zorgde met tractoren voor het verslepen van pijpleidingen op de bouwplaats bij diverse deelprojecten. Tot op de dag vandaag is waterbouw onlosmakelijk met Snijder verbonden. Inmiddels staat met de broers Ronald en Richard Snijder de derde generatie bij het bedrijf aan het roer.
Kader rechts met titel

Draaien in 88 landen

Machines van Snijder hebben in de loop der jaren gedraaid in maar liefst 88 landen. Op alle continenten is het bedrijf actief geweest.

Afrika is met projecten in 23 landen relatief ruim vertegenwoordigd. Noord- en Zuid-Amerika volgen met samen 20 landen. In zowel Azië als het Midden-Oosten was materieel van Snijder actief in 13 landen. Behalve in Nederland, zijn machines van Snijder daarnaast in 17 andere Europese landen ingezet. Ook in Australië en op Antarctica zijn of worden klussen gedaan.

Zeecontainer als mobiele werkplaats

‘In Nederland doen we relatief weinig’, vertelt Mark Vreeburg, manager technische dienst bij Snijder. ‘Onze machines draaien voor 80, 90 procent in het buitenland. We werken veel voor grote baggermaatschappijen, mijnbouwbedrijven en offshorefirma’s. Wij leveren de machines, en op verzoek ook de mensen. Machinisten, monteurs, we kunnen het allemaal regelen.’

Als een klant monteurs van Snijder inhuurt, wordt ook gezorgd voor een mobiele werkplaats. Snijder heeft de beschikking over een reeks zeecontainers die volledig zijn ingericht als werkruimte, met alle denkbare voorzieningen en onderdelen aan boord. ‘Als zich een storing voordoet’, zegt Vreeburg, ‘kunnen we ter plekke snel handelen. Stilstand willen we waar mogelijk voorkomen, en anders tot een absoluut minimum beperken. Dat is immers in het belang van de klant, zeker ook bij grote projecten.’

Bijna alles bij Snijder is Caterpillar

De vloot van Snijder bestaat uit ongeveer 300 eenheden in uitsluitend de zwaardere categorie. De lichtste rupskraan is 25 ton. Behalve over rupsgraafmachines, beschikt het bedrijf over wielladers, dumptrucks en bulldozers. Snijder werkt met twee modellen Hitachi rupsgravers: EX1200’s en EX1900’s, die zijn voorzien van een longfront en vooral draaien in de waterbouw. De rest van het machinepark? Caterpillar, Caterpillar, Caterpillar.

‘Ja, bijna alles bij ons is Cat’, beaamt Vreeburg. ‘Daar hebben we een aantal redenen voor. Ten eerste wil je met een A-merk komen. En als je dan kijkt naar de wereldwijde spreiding, dan zie je dat die bij Caterpillar beter is dan bij Volvo, Liebherr, Hitachi of Komatsu. Als je ergens ter wereld onverwacht een onderdeel van een machine nodig hebt, is de kans groot dat je dit bij Cat het snelst voor elkaar hebt.’

Snijder wil niet voor verrassingen komen te staan

Vier panden, 150 werknemers

Snijder is gevestigd in vier bij elkaar liggende panden in Hoorn. Het bedrijf heeft 150 mensen in dienst. Van hen werken er 65 vast in Noord-Holland, de overige 85 werken internationaal. Daarnaast heeft het bedrijf een flexibele schil met lassers, machinisten en monteurs.

Voor Snijder zijn er meer overwegingen om te kiezen voor Caterpillar. ‘Cat heeft een redelijk breed gamma, en vanuit fleetmanagement is het een voordeel als je werkt met machines van één merk. De documentatie en het onderhoud zijn eenduidig. Je komt niet voor verrassingen te staan. En bij de inkoop heb je misschien ook meer mogelijkheden als je bij een vaste leverancier afneemt.’

Dat Snijder niet graag voor verrassingen komt te staan, heeft diverse redenen. Op een klus in een ver buitenland moet een monteur bij een onverwachte storing in staat zijn om de machine zo snel mogelijk weer aan de praat te krijgen. Hoe beter hij de machine en het merk kent, hoe groter de kans dat het euvel snel kan worden verholpen, zo nodig met advies en ondersteuning vanuit Hoorn.

Standaard machines worden specials

Maar er is meer. Veel van de machines van Snijder zijn omgebouwd. Dit gebeurt in eigen huis. Standaard machines worden hier specials, in de meest vergaande varianten. Onderwagens worden verlengd en verbreed, rupsgravers worden omgebouwd tot amfibische werktuigen, of voorzien van zelf ontwikkelde longfrontconstructies, inclusief de bijbehorende cilinders.

Tekst gaat door onder de foto.

Snijder.-Cat-6015B.-Foto-Boudewijn-Warbroek.-IMG_3134

Snijder bouwt veel machines om. Daarom heeft het bedrijf een grote werkplaats en een constructieafdeling met eigen engineers. Op deze foto een zelf ontwikkeld longfront voor een Cat 6015B.

‘Als je zo met die machines in de weer bent, helpt het natuurlijk als je beschikt over diepere kennis. Hoe zit de hydrauliek in elkaar? Hoe werkt het besturingssysteem? Inmiddels kan ik zeggen dat onze mensen Cat door en door kennen. Om die reden komt het ook voor dat wij machines ombouwen op verzoek van Pon.’

Ongebruikte gieken in overvloed….

Dat Snijder standaard gieken meestal ongebruikt verwijdert, is op het buitenterrein in Hoorn duidelijk te zien. Hier liggen er tientallen opgeslagen. Tegen de tijd dat een machine wordt ingeruild, kan de oorspronkelijke giek worden teruggeplaatst of meegeleverd.

Tekst gaat door onder de foto.

Snijder.-Ongebruikte-gieken.-Foto-Boudewijn-Warbroek-IMG_3153

Op het terrein van Snijder ligt een flinke hoeveelheid ongebruikte gieken.

‘Wat een klant wil, dat maken wij’

Bij het ombouwen van machines kijkt Snijder in algemene zin uiteraard naar wat klanten nodig hebben. Met enige regelmaat worden machines op specifiek verzoek van een klant aangepast. In sommige gevallen is dit voor één enkel project.

‘Wat een klant wil, dat maken wij’, zegt Vreeburg. ‘Daarom hebben we zo’n grote werkplaats, en een constructieafdeling met eigen engineers. We zijn een verhuurbedrijf, maar ook een technisch ondersteunend bedrijf. Alles doen we zelf, ook hydraulische of elektrische aanpassingen.’

Tekst gaat door onder de foto.

Snijder.-Hitachi-EX1200.-Foto-Boudewijn-Warbroek.-IMG_3129

Snijder heeft vooral veel Caterpillars, en daarnaast een enkele Hitachi. Hier wordt een EX1200 in de werkplaats in Hoorn klaargemaakt voor een volgende klus.

Snijder stelt graag zijn eigen prioriteiten

Hoe meer Snijder in eigen hand kan houden, hoe liever, legt Vreeburg uit. ‘Op die manier laten we niets aan het toeval over. We kunnen onze eigen prioriteiten stellen, en als het nodig is, werken we een keer langer door om iets af te krijgen. Als een klant ons belt en zegt dat hij over twee weken een aantal machines nodig heeft in Mexico, willen we zelf kunnen beslissen of we dit kunnen waarmaken. Daarvoor willen we niet van anderen afhankelijk zijn.’

Bijkomend voordeel is dat het kennisniveau van de monteurs van Snijder zich verdiept. ‘Doordat we alles zelf doen, zijn onze mensen veel beter in staat om in het buitenland de machines te servicen. Ze kennen de machines echt van binnen en van buiten. Mede daardoor slagen wij erin om ons materieel ook onder de meest bijzondere omstandigheden aan de gang te houden.’

Tekst gaat door onder de foto.

Snijder.-Cat-336E-omgebouwd-tot-amfibisch-werktuig.-Foto-Boudewijn-Warbroek-IMG_3139

Een tot amfibisch werktuig omgebouwde Cat 336E.

Inschatten waarop je voorbereid moet zijn

De genoemde bijzondere omstandigheden zijn er bij Snijder volop. Machines die bij baggerwerk worden ingezet, krijgen door zout water vaak te maken met ernstige corrosievorming. Bij het spuiten moet Snijder daarmee rekening houden.

‘Verder heb je in het Midden-Oosten een andere temperatuur en dus ook een ander effect op de machine, dan op Antarctica. Onze jarenlange ervaring op buitenlandse projecten komt daarom goed van pas. Je leert steeds beter in te schatten met welke omstandigheden je te maken kan krijgen, en waarop je voorbereid moet zijn.’

Tekst gaat door onder de foto.

Snijder.-Laswerk-aan-zelfgemaakte-bakken.-Foto-Boudewijn-Warbroek-IMG_3146

Snijder ontwerpt en maakt ook alle graafbakken zelf. Hier is een werknemer bezig met laswerk.

Nederland is een kleine markt voor Snijder

De markt in Nederland is voor Snijder relatief klein. ‘Het werk in Nederland kan meestal met minder zware machines worden gedaan. 45-tons dumpers en 90-tons kranen heb je hier niet zo vaak nodig’, zegt Vreeburg.

Snijder.-Mark-Vreeburg.-Foto-Boudewijn-Warbroek.-IMG_3169

Mark Vreeburg.

‘Maar bij grotere projecten zijn we regelmatig van de partij. Pas zijn machines van ons ingezet bij de versterking van de Houtribdijk. We zijn betrokken geweest bij de aanleg van de Westfrisiaweg, en bij de aanleg van de Tweede Maasvlakte. Bij zandsuppleties om de kust te versterken zie je ons materieel ook regelmatig.’

Onlangs kwam Snijder in het nieuws als samenwerkingspartner van Defensie. ‘Dat past heel goed bij ons bedrijf’, zegt Vreeburg. ‘Wij zijn gewend om op rare plekken te werken. Dus als wij machines en mensen naar Mali of Afghanistan moeten sturen, schrikken we daar niet voor terug. We hebben nu twee keer deelgenomen aan een militaire oefening in Roemenië, en onze mensen vonden het leuk. Ze waarderen de kameraadschap, voelden zich onderdeel van het team. Wat ons betreft gaat deze samenwerking zeker een vervolg krijgen.’

Het halve machinepark op één werk

In 2007 heeft Snijder een periode letterlijk zijn halve machinepark op één werk gehad. In Qatar draaiden maar liefst 125 machines van het bedrijf op één en hetzelfde project. Dit ging om de aanleg van een haven voor de overslag van LNG.

Waar normaal gesproken één of hooguit twee monteurs worden ingevlogen, waren dat er nu zes. ‘Meestal is één monteur genoeg’, zegt Mark Vreeburg, manager technische dienst, ‘maar dit ligt vooral ook aan het type machine, de inzet en de druk die op een project zit.’

 

LEES OOK: De ‘bouwvakkers van Defensie’ willen samenwerken met bedrijven en machinisten

Reageer op dit artikel