nieuws

Tien veelgestelde vragen (plus antwoorden!) over automatische snelwissels

Ondernemen

De automatische snelwissel maakt een razendsnelle opmars door. Is het ook wat voor uw machines? BouwMachines zet tien veelgestelde vragen over de automatische snelwissel op een rij. Uiteraard inclusief de bijbehorende antwoorden. Ze helpen u vast en zeker bij het maken van een goede keuze.

Tien veelgestelde vragen (plus antwoorden!) over automatische snelwissels

1. Kan ik van mijn huidige snelwissel een automatische snelwissel maken?

Een logische vraag. Het zou kostentechnisch interessant zijn wanneer zowel op de bestaande snelwissel als het uitrustingsstuk een snelkoppeling voor de doorvoer van de hydrauliekolie en eventueel de elektriciteit en centrale smering zou kunnen worden ‘geschroefd’. Maar helaas, die vlieger gaat niet op.

Ofschoon de snelwisseltechniek hetzelfde is, is geen enkele bestaande snelwissel één-twee-drie om te bouwen tot een automatisch snelwisselsysteem. De snelwissel moet hiervoor voorbereid zijn om een exacte passing van de doorvoer te krijgen. Er zal dus geïnvesteerd moet worden in een compleet nieuwe snelwisselset.

Engcon brengt hier nu als eerste verandering in. De symmetrische snelwissels die Engcon vanaf nu verkoopt, zijn wel voorbereid voor het EC-Oil automatisch snelwisselsysteem van de Zweedse fabrikant. Steelwrist komt volgend jaar met een stalen gietbody waarin de koppelingen al dan niet geïntegreerd zitten. Deze body is dus later ook te voorzien van de koppelingen.

2. Ik heb het CW-snelwisselsysteem. Is daar ook een automatische snelwissel voor, zodat ik bijvoorbeeld de huidige bakken kan blijven gebruiken?

Helaas, er zijn nog geen automatische snelwisselsystemen gebaseerd op de in ons land populaire CW-snelkoppeling. Alle systemen die op de markt zijn, hebben de symmetrische snelwissel (S-type) of het principe van Lehnhoff als basis (deze fabrikant komt overigens ook met een symmetrische wissel). Wanneer wordt overgeschakeld naar een automatisch snelwisselsysteem, moeten dus alle uitrustingsstukken worden aangepast. Ook de uitrustingsstukken zonder hydrauliekaansluiting.

3. Is er een standaard op het gebied van het koppelen van de hydrauliek?

Elke fabrikant ontwikkelde zijn eigen systeem voor het koppelen van de hydrauliekslangen, er is dus geen standaard. Uitzondering op de regel is min of meer het SQ-systeem van Steelwrist. Het is qua aansluiting zo geconstrueerd dat het ook past op het OilQuick-systeem. Alleen het binnenwerk van de koppeling is anders. Reden om het OilQuick te volgen, is dat Steelwrist verwacht dat OilQuick op den duur wel de standaard gaat worden.

4. Waarom kiest de ene fabrikant voor horizontaal koppelen en de ander voor verticaal koppelen?

Het gros van de automatische snelwisselsystemen – OilQuick, EC-Oil van Engcon en SQ van Steelwrist – koppelt horizontaal: in één (Engcon) of twee (OilQuick en Steelwrist) bewegingen worden de hydrauliekaansluiting en het uitrustingsstuk aan elkaar gekoppeld en zit de boel muurvast. Bij de hydrauliekaansluiting schuiven een ‘mannetje’ en een ‘vrouwtje’ in elkaar. Voordeel van horizontaal koppelen is volgens de fabrikanten dat de kans op speling een stuk kleiner is en dat de kans op vervuiling tijdens het koppelen minimaal is.

Lehnhoff is met haar Variolock de enige die verticaal koppelt. Het systeem werkt niet met een mannetje en een vrouwtje, maar met twee blokken die op elkaar worden geperst. Voordeel van deze techniek is volgens de fabrikant dat de doorstroomopening en daarmee de hydraulische capaciteit maximaal is. Ook Lehnhoff stelt dat de verbinding speling- en daarmee gegarandeerd lekvrij is.

Lees ook: Volautomatische snelwisselsystemen: marktleider OilQuick krijgt meer concurrentie

5. Kan ik behalve de hydrauliek ook de elektriciteit en de centrale smering doorkoppelen?

De EC-Oil van Engcon en de SQ van Steelwrist voorzien standaard al in het doorkoppelen van hydrauliek, centrale smering én elektriciteit. Reden dat deze systemen standaard ook stroom en vet doorkoppelen, is dat de automatische snelwissels meest in combinatie met een draaikantelstuk worden verkocht. Bij de systemen van Lehnhoff en OilQuick is doorkoppelen van elektriciteit en centrale smering optioneel.

6. Waarom is het gros van de automatische snelwissels gebaseerd op de S-type snelwissel?

De fabrikanten die de symmetrische volautomatische snelwissel op de markt brengen – OilQuick, Engcon en Steelwrist – zijn allen Zweeds. Daar is de symmetrische snelwissel de standaard. De voordelen die deze fabrikanten claimen, zijn dat de symmetrische snelwissel spelingvrij is doordat de snelwissel onder constante hydraulische druk staat. Een spelingvrije wissel is noodzaak bij een volautomaat: speling op de wissel resulteert namelijk in speling op de hydraulische koppelingen en dus olielekkage.

Daarnaast stellen ze dat de symmetrische wissel de laagste opbouwhoogte heeft. Lehnhoff komt naast haar eigen systeem ook met een symmetrische wissel.

7. Wanneer is volautomatisch wisselen interessant?

Daarover zijn de leveranciers van de systemen eenduidig: wanneer je regelmatig van uitrustingsstuk met hydrauliekaansluiting moet wisselen. Zoals in de sloop. Daarnaast is een automatische snelwissel ook interessant voor kleinere machines met een draaikantelstuk: de tiltrotator kan er met de automatische snelwissel simpel en snel tussenuit worden gehaald.

8. De investering in een automatische snelwissel loopt flink in de papieren. Verdien ik die investering wel terug?

De investering is inderdaad fors; in zowel de automatische snelwissel als het aanpassen van de diverse uitrustingsstukken. Een eenvoudige rekensom leert echte dat de investering snel terug wordt verdiend, zeker in de sloop en recycling.

Stel dat de machinist drie keer per dag een hydraulisch uitrustingsstuk moet wisselen. Het wisselen van de uitrustingsstukken kost hem al snel een kwartier per keer, dus drie kwartier per dag. Volautomatisch kost het enkele tientallen seconden. Kost een machine 70 euro per uur, dan blijft er per dag ruim 50 euro aan de spreekwoordelijke strijkstok hangen, per week 250 euro en per jaar ruim 10.000 euro. Daarmee is een volautomatische snelwissel snel terugverdiend.

Fabrikanten stellen dat er naast een kostenbesparing ook een rendementsverbetering ontstaat dankzij een automatische snelwissel. De ervaring leert namelijk dat machinisten die in sloop met een volautomatische snelwissel werken, vaker wisselen van uitrustingsstuk en dus efficiënter gaan werken. OilQuick-importeur Demarec rept over een rendementsverbetering van liefst 30 procent.

9. Wat schiet de machinist ermee op?

Hij kan zoals gezegd gemakkelijker van hydraulisch uitrustingsstuk wisselen en kan zo meer werk verzetten. Zijn productiviteit stijgt. Maar hij hoeft ook minder vaak de cabine in en uit te klauteren; de fysieke belasting is lager. Doordat hij de cabine minder vaak hoeft te verlaten, wordt het werken in een omgeving waar de bodem is verontreinigd of waar met asbest wordt gewerkt bovendien een stuk veiliger.

10. Elk systeem vraagt onderhoud. Waar moet ik bij een volautomatisch snelwisselsysteem rekening mee houden?

Wanneer in een stoffige omgeving wordt gewerkt, is de kans groot dat er zand of gruis op de hydraulische koppeling komt met als gevolg vervuiling van de hydrauliekolie. Zeker het koppeldeel op het uitrustingsstuk is gevoelig voor stof omdat het vaak in het werk ligt. Dek het koppeldeel af – met een bijpassende dop bijvoorbeeld – en maak het regelmatig schoon met een papieren doek en wat remmenreiniger.

Lees ook: Automatische snelwissel wordt booming

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels