artikel

Eurosteel en Rototilt: DKS aan snelwissel voorziet in behoefte

Materieel Premium

Eurosteel en Rototilt: DKS aan snelwissel voorziet in behoefte

Het werken met een draaikantelstuk kent niet áltijd alleen maar voordelen, er is ook werk waarbij een draaikantelstuk (DKS) niets toevoegt. En dan zit een DKS eigenlijk ook direct in de weg. Het kost kracht, neemt onnodig bouwhoogte in beslag, kost extra brandstof en is negatief voor de productiviteit. Bijvoorbeeld als je een hele dag vrachtwagens staat te laden of sloten maait. Nog vervelender wordt het als je met een vast aangebouwd draaikantelstuk noodgedwongen ook sloopklussen meepakt of bomen rooit. Want technisch zijn ze, los van het merk, uiteindelijk niet gebouwd op de krachten die bij zulk werk komen kijken. Toch is het gewoon praktijk, met name bij loonwerkers, dat één of enkele graafmachines met vast aangebouwd draaikantelstuk alle werk doen. Want een keuze, die was er niet echt.

Een draaikantelstuk dat je aan de snelwissel hangt is dé oplossing. Maar wilde je dat tot voor kort, dan was ombouwen naar een symmetrische snelwissel de enige optie. Dat wordt ook gedaan, maar voor een grote groep is de overstap van de vertrouwde wig-connector (CW) op een S-snelwissel toch een brug te ver. Het ombouwen van alle aanbouwdelen is bijvoorbeeld een forse drempel, en biedt verder weinig voordelen.

Gevolg van het vasthouden aan de CW-snelwissel is dat we in Nederland bijna allemaal kozen voor een vast aangebouwd draaikantelstuk om de opbouwhoogte beperkt te houden, terwijl het zo eigenlijk nooit bedacht is.

Tussenstuk = behoud

Hans Peeters van Eurosteel, importeur voor Rototilt in de Benelux: ‘Als je kijkt naar Zweden, dan bestaat 85 procent van de markt daar uit losse tussen-draaikantelstukken, slechts een klein deel is vast aangebouwd. Hier is dat andersom. Waarom, dat is voor mij altijd een vraagteken geweest. Als je een draaikantelstuk vast aanbouwt en deze in praktijk ook gebruikt wordt waarvoor hij niet gemaakt is, dan komen er problemen. De keuze voor een tussenstuk is dus ook behoud van je DKS.’

De veelal Scandinavische fabrikanten van draaikantelstukken zagen er in het algemeen echter weinig markt in om hun draaikantelstukken te gaan aanpassen om tussen de lokale CW-snelwissels te passen. Ook spelen er soms commerciële belangen. DKS-bouwers die ook een eigen bakkenlijn leveren op basis van de S-snelwissel, zullen hun klanten eerder die richting op sturen.

Overzetten

Peeters: ‘Wij zagen wél markt voor zo’n los DKS als tussenstuk met wigconnectors. We hebben dat al langer voor de zwaardere rupskranen, maar niet voor mobiele machines in de 14- tot 16-tons klasse. Voordeel is niet alleen dat je een DKS er tussenuit kunt halen, je kunt hem bijvoorbeeld ook snel overzetten naar je verlenggiek. Of een loonwerker die twee of drie graafmachines heeft, kan kiezen om één los draaikantelstuk te kopen en dat voor meerdere machines in te zetten.’

Peeters benadrukt dat Eurosteel als onafhankelijk constructeur er zelf geen belang bij heeft of een klant kiest voor een S60 of CW20-snelwissel. Rototilt kan af-fabriek ook een DKS met S60-koppelingen als tussenstuk leveren, indien gewenst zélfs met dubbele Quick-change (Oilquick) automatische oliesnelkoppelingen aan zowel kraan- als uitrustingsstuk-zijde. Makkelijkste weg was dus geweest om dat gewoon te importeren en verkopen. Tóch besloot Eurosteel door te zetten met een eigen CW-versie van de R4.

Niet zo halleluja

Peeters: ‘Wij kunnen inderdaad beide leveren, maar merken dat niet iedereen naar een S60 wil. Dat is niet zo halleluja als het lijkt. Qua gewicht maakt het weinig uit. Op papier is een S60 wel lichter, maar de massieve assen aan een bak zijn juist weer zwaarder. De combinatie bak én snelwissel telt, want graven doet men niet met de snelwissel alleen. Voor de, in verhouding tot andere landen, brede bakken die we in Nederland gebruiken, is een bredere robuuste snelwissel zoals de CW eigenlijk beter. Ook voldoet een CW-wigkoppeling in de basis aan alle veiligheidsnormen.’

‘Naast een gestuurd terugslagventiel, dat ook fungeert als slangbreukbeveiliging op de vergrendelcilinder, is er immers óók nog een verenpakket dat de snelwissel dichthoudt. Tot slot is een CW goedkoper én is het vaak de standaard al op bedrijven. We wilden niet zomaar meegaan in een hype, maar hebben zelf gekeken naar wat ons het beste lijkt voor de gebruikers op basis van de feiten.’

Opbouwhoogte identiek

Dat was dus het ontwikkelen van een nieuw, compact DKS met CW-CW op basis van de Rototilt R4. Rototilt was aanvankelijk nog sceptisch over de kansen in de markt. Harm Mertens: ‘Daarop hebben we in samenwerking met Rototilt een CW20-snelwisselophanging voor de R4 geconstrueerd.’ Het prototype was op de Matexpo te zien. Eurosteel wist het concept compact te houden en claimt dat er weinig verschil zit met de S-koppeling, als je het totale plaatje bekijkt van bakmes tot lepelsteelpen. Harm Mertens: ‘De opbouwhoogte van het draaikantelstuk is identiek aan het kantelstuk van vroeger.’

Behoefte

De praktijk bewijst dat er in elk geval behoefte is aan een los draaikantelstuk met dubbele wigconnector. Eurosteel verwacht de helft van de nieuwe R4-tiltrotators in de mobiele klasse dit jaar als tussenstuk te zullen uitleveren. Nu het in praktijk goed loopt, zal Rototilt de CW-CW straks af-fabriek gaan bouwen, verwacht Peeters.

Eurosteel ziet de ontwikkeling voor de Benelux-markt in elk geval als een gamechanger. De drempel om erin te investeren is lager, nu het draaikantelstuk feitelijk een los aanbouwdeel is. Natuurlijk moet er hydraulisch wel het een en ander geregeld zijn, maar dan kun je je DKS praktisch aan elke graafmachine met CW hangen. Peeters: ‘We krijgen nu ook aanvragen van importeurs en verhuurbedrijven die machines de ene keer mét en de andere keer zónder tiltrotator willen verhuren of als demo willen inzetten. Dit is dan een goede oplossing. De ene klant wil kuubs verzetten, de ander ziet juist een draaikantelstuk als vereiste.’

De R3 was als primeur op de TKD te zien.

Gebruiker aan het woord

De Atlas 150W bij dit artikel is van loon- en grondverzetbedrijf Coppens in Oss. De nieuwe graafmachine werd ruim een maand geleden aangeschaft in combinatie met een Eurosteel/Rototilt R4 wig-wig.

Machinist Piet van Linden (61) werkte niet eerder met een draaikantelstuk, maar heeft z’n draai er toch al aardig mee gevonden. Van Linden: ‘Het is natuurlijk even wennen, maar wel handig. Het bevalt helemaal niet slecht. Ik heb nog niet zónder gewerkt, maar je hebt het draaikantelstuk zo af- en aangebouwd. Dan is het vooral een kwestie van de hydrauliekslangen loskoppelen. Als ik echt de sloop in moet, dan kan ik het draaikantelstuk straks dus gewoon thuislaten, dat doe ik liever dan het ergens op de bouwplaats aan de kant leggen. Ook bij het sloten maaien laat ik het draaikantelstuk ertussenuit, niet zozeer vanwege het gewicht, dat valt wel mee, maar omdat je anders te lang wordt. Dat werkt niet handig.’

Resultaten voor ‘snelwissel’

Foto's

Reageer op dit artikel