artikel

10.000 uur draaien met vol-elektrische Sennebogen 830E

Materieel

Buijs Groot-Ammers kocht op de kop af twee jaar geleden de volledig elektrisch aangedreven Sennebogen 830E. Wanneer we gaan kijken hoe die machine zijn ‘eerste uren’ in praktijk heeft volbracht, blijkt de urenteller de 10.000 al ruim gepasseerd te zijn. Voldoende ervaring om de balans te kunnen opmaken. En dat doen we dus ook.   

10.000 uur draaien met vol-elektrische Sennebogen 830E

Weer een bak, en weer een bak, en weer een bak. Korte slagen, vlotte bewegingen, leeg en weer vol. De routine straalt er vanaf. En dankzij de elektromotor verloopt alles geruisloos. De 2,5 kuubs overslaggrijper is in de overslagwereld geen kolos, en het 1050-tons binnenvaartschip is niet direct zichtbaar leger wanneer de Sennebogen 830E weer een hap heeft genomen. Hetzelfde, maar dan andersom, geldt voor de bunker op de kade; hier blijft het graan gestaag zakken.

Bekijk ook de fotoserie onderaan dit artikel!

Een elevator en overdekte transportbanden voeren het geloste graan stofvrij en continu af richting de achterliggende fabriek van veevoerfabrikant Agrifirm in Veghel. Sisyfusarbeid, zou een buitenstaander zeggen. Wat zoiets betekent als: werken aan een karwei zonder einde.

Ploegendienst zorgt voor indrukwekkende tellerstand op Sennebogen 830E

Gelukkig valt dat mee. Het schip komt na 6,5 uur draaien wel degelijk leeg. De schipper kan met een schoon opgeleverd ruim weer naar de volgende klus. Voldoening. Maar wie denkt dat het werk er nu op zit, heeft het mis, want het volgende schip legt direct aan. Wel is er tijd voor koffie.

Machinisten Jaap van Soest en Rinus Frieswijk wisselen tevens van dienst en blijken de mannen achter de indrukwekkende urenstand. Om beurten draaien ze in ploegendienst van 06.00 uur tot 14.30 uur, ofwel 14.30 uur tot 23.00 uur. Is het druk, dan komt er nog een nachtploeg, of wordt er op zaterdag gewerkt. Zodoende tikken de uren hard aan.

Ikzelf begon op een NCK-dragline. De grijper liet je toen nog met vrije val in het ruim vallen. Levensgevaarlijk.

‘Ja, er is leuker werk dan altijd op dezelfde plek werken’, zeggen de mannen eerlijk. Toch doen ze het overslagwerk graag. Voormalig bosbouwer Jaap al negen jaar en Rinus zelfs al 27 jaar. Vroeger werkten ze op verschillende locaties met machines in de losse verhuur; dat betekent wél weten wanneer je thuis vertrekt, maar nooit wanneer je thuiskomt. Dat had z’n charme, maar de ploegendienst met vaste werktijden vinden de mannen nu zo gek nog niet.

Kraanmeester met smeerjongen

Dat er in de overslagwereld veel veranderd is, kan Rinus met zijn ervaring beamen. Hij trekt wat foto’s van de muur en blikt terug. ‘Ik weet nog dat oudere collega’s die indertijd met pensioen gingen geen machinist genoemd wilden worden; zij waren nog kraanmeester. Sommigen hadden nog een smeerjongen tot hun dienst, voor het onderhoud en andere klusjes. Ikzelf begon op een NCK-dragline. De grijper liet je toen nog met vrije val in het ruim vallen. Levensgevaarlijk.’

De ontwikkeling ging echter snel. Al vlot kwam er een mobiele Nellen-draadkraan met 21 meterse giek die met zijn verhoogde cabine al beter was uitgerust voor het overslagwerk. Rinus: ‘Die bediende je met vier joysticks en twee voetpedalen.’ De in Rotterdam gebouwde kraan is overigens nog altijd in bedrijf op een kraanschip van Buijs.

Na dit tijdperk kwamen de eerste omgebouwde rupsgraafmachines met verlengde gieken en verhoogde cabines. Eerst Åkerman, later Samsung, Hitachi, Hyundai en Caterpillar. Inmiddels hebben de overslagkranen hun intrede al heel wat jaren gedaan.

17 overslagmachines van Sennebogen, Fuchs en Caterpillar

Eigenaar Wim Buijs werkt momenteel met een zeventiental overslagmachines van zowel Sennebogen, Fuchs als Caterpillar. De machines staan deels in de losse verhuur, een ander deel doet contractwerk op vaste locaties. Ook draaien ze in de eigen zand- en grindhandel. Mede dankzij een eigen truck met dieplader kan het bedrijf snel inspelen op spoedklussen.

De machine die Buijs in Veghel heeft staan, doet jaarrond contractwerk. Buijs verzorgt in opdracht van Agrifirm alle werkzaamheden op de loskade. Dat behelst niet alleen het lossen van de schepen, maar tevens het schoon opleveren van de binnenvaartschepen en het verplaatsen van de eigen duwbakken van het veevoerbedrijf. Daarom ligt er van Buijs een eigen duwboot en is er de eigen schranklader.

In het draaien merk je helemaal geen verschil met een dieselmachine. Wel heb je minder lawaai. En vooral véél minder warmteontwikkeling

Sinds twee jaar is het kanaal hier, de Zuid-Willemsvaart, verbreed en verdiept. Nu kunnen ook de fors grotere klasse IV-schepen (tot +/- 2.000 ton) aanmeren. Dit vroeg om een nieuwe kraan met meer bereik. Buijs ruilde een Sennebogen 825 in voor deze 830E. Die heeft voldoende bereik met zijn K17-giek, bestaande uit een rechte hoofdgiek van 9.8 meter en een stick van 7.5 meter.

Vast frame met vier schroefpoten

Omdat de Sennebogen 830E toch nooit van zijn plek komt, is een onderwagen niet meebesteld. Dat scheelt in de kosten. In plaats hiervan is er een vast frame met vier schroefpoten waarop hij eenmalig waterpas is gezet. Verder hangen er twee vijftons betonnen ballastblokken aan het frame voor voldoende stabiliteit. De kraan is niet verankerd op de betonvloer. De stroomkabel loopt via de draaikrans naar de bovenwagen. De machine draait op 400 Volt krachtstroom en vergt een forse 355 Ampère aansluiting. In de bovenwagen ligt geen dus dieselmotor, maar slechts een knots van een 132kW elektromotor welke de pomp rechtstreeks aandrijft.

Véél minder warmte en lawaai

Machinist Jaap van Soest: ‘In het draaien merk je helemaal geen verschil met een dieselmachine. Wel heb je minder lawaai. En vooral véél minder warmteontwikkeling. Voorheen draaiden we ’s zomers meestal met de motorkap open voor voldoende koeling en werd het ook in de cabine ontzettend warm. Nu is dat allemaal weg. Die elektromotor, daar kun je je hand zó opleggen, die wordt niet warm.’

Heel veel onderhoud vervalt als de dieselmotor er niet meer is. Motorolie en filters vervangen is niet meer nodig.

Het dagelijks onderhoud is eveneens stukken minder nu. Te beginnen met iets voor de hand liggends, zoals het tanken. Dat was altijd een lastig klusje, omdat de kraan ingeklemd staat tussen een provinciale weg en het kanaal. Dus moest de diesel via lange slangen en een loopbrug over de dubbele tweebaansweg. Allemaal verleden tijd, evenals de kosten van de diesel.

Heel veel onderhoud vervalt bij elektrische Sennebogen 830E

Intussen is monteur Henk van den Dool, tevens werkzaam bij Buijs, juist ter plaatse om een rijschade aan de Gehl-schranklader te herstellen.  Naar de Sennebogen heeft hij weinig omkijken, wordt al snel duidelijk. Zorgen over koelvloeistof, motoroliepeil, startmotor of een matige accu zijn verleden tijd.

Van den Dool: ‘Heel veel onderhoud vervalt als de dieselmotor er niet meer is. Motorolie en filters vervangen is niet meer nodig. Eens per 1.000 uur is het de olie van de zwenk en van de tandwielkast tussen pomp en elektromotor. Eens per 2.000 uur de hydrauliekolie. Door minder warmteontwikkeling gaat deze olie langer mee. Dat was het onderhoud al wel zo’n beetje.’

Vanwege GMP-eisen is de hele machine uitgevoerd volgens food-standaarden. Dit houdt in dat de Sennebogen is afgevuld met biologisch afbreekbare oliën.

30.000 uur zonder revisie

Om het helemaal af te maken, is er tevens een automatische smering, die eveneens is afgevuld met bio-vet. Deze smeert óók de grijper. De machinisten hebben dus werkelijk geen enkele vorm van dagelijks onderhoud meer, los van het af en toe schoonspuiten van de machine.

Volgens ervaringen van Buijs is een gemiddelde dieselmotor na zo’n 17.000 uur wel toe aan een revisie. De verwachting voor de elektrisch aangedreven machine is dat deze zonder grote revisie de 30.000 uur moet halen. Alles opgeteld leidt dit tot een significante kostenbesparing én een fiks milieuvoordeel voor de opdrachtgever. Een machine dus, waarbij zowel machinisten, eigenaar als opdrachtgever als winnaars uit de bus komen. Maar zijn grote plus is tevens de grootste beperking; de stroomkabel.

SENNEBOGEN: MAXIMAAL 20 PROCENT ELEKTRISCH 

Er is veel interesse in elektrische aandrijving, maar tegelijkertijd is het aandeel ten opzichte van diesels nog klein. Dat zegt Eric Bossinade van Sennebogen-importeur SMT. Hij schat in dat hooguit 5 procent van de nieuw verkochte overslagmachines een elektrische aandrijving heeft.
‘Elektrisch heeft eigenlijk maar één nadeel, dat is de beperkte flexibiliteit.’ Even heen en weer rijden met een stroomkabel in je kielzog gaat niet, of is -met haspels- een beperking.
Bossinade: ‘Toch zijn er grote voordelen. De operationele kosten liggen op 50 procent in vergelijking met een kraan met dieselmotor. Je ziet nu daarom soms dat klanten hun terrein anders inrichten, zodat ze tóch met een elektrische kraan in vaste opstelling kunnen gaan werken. Dan kiezen ze bijvoorbeeld voor een grotere kraan met iets meer bereik.’

Diesel meest praktisch
Veel overslagmachines worden echter mobiel ingezet en een zware stroomaansluiting is zelden beschikbaar. Dus blijft de dieselmotor in veel gevallen het meest praktisch. Fabrikant Sennebogen verwacht om deze reden dat het aandeel elektrische kranen ook op termijn niet boven de 20 procent zal komen.
De aanschafprijs is volgens Bossinade in de praktijk geen reden om er vanaf te zien. Het verschil met de dieselmachines krimpt, omdat dieselmotoren met hun emissietechnieken juist in prijs stijgen.

Scheepvaart
Een markt waar wel grote kansen liggen voor elektrisch, is de scheepvaart. Op kraanschepen is een elektrische kraan extra interessant vanwege de emissie-eisen, zeker wanneer deze aangesloten kan worden op de (soms al aanwezige) boord-generator. Op deze manier is er slechts één motor, cq. één emissiepunt op het schip.
Een recente ontwikkeling van SMT is om de elektrische machines te voorzien van een ingebouwd powerpack. Dan kan de machine toch zelfstandig van stroomaansluiting A naar stroomaansluiting B rijden.

Foto's

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels