nieuws

Grondroerdersregeling op 1 juli in werking

Geen categorie

De grondroerdersregeling treedt per 1 juli 2008 in werking. Vanaf die datum krijgen de netbeheerders drie maanden de tijd – dus tot 1 oktober 2008 – om hun beheerpolygonen bij het Kadaster aan te melden.

Grondroerdersregeling op 1 juli in werking

De beheerpolygonen zijn de gebieden waarin de kabels of leidingen liggen. Zo weet het Kadaster aan welke netbeheerders toekomstige graafmeldingen moeten worden doorgestuurd.

Om de beheerpolygonen te kunnen registreren bij het Kadaster, moeten de netbeheerders zichzelf ook – eenmalig – registreren. De netbeheerders moeten hierbij de volgende informatie overleggen: a) het nummer van inschrijving in het handelsregister b) de netbeheerder moet iemand in zijn eigen organisatie of bedrijf aanwijzen die belast wordt met de taak van informatie-uitwisseling op grond van de wet. Voor deze persoon geldt dat er een kopie van zijn identiteitsbewijs moet worden verstrekt, zijn handtekening, zijn burgerservicenummer en, voor zover zijn bevoegdheid niet blijkt uit een openbaar register, een kopie van de machtiging om namens de organisatie aan de informatie-uitwisseling deel te nemen.

Vooralsnog KLIC
Vanaf 1 juli is het dus nog niet mogelijk om een graafmelding bij het Kadaster te doen. Dit is pas vanaf 1 oktober 2008 mogelijk. Tot die tijd kunnen de graafmeldingen zoals vanouds bij het KLIC worden gedaan. Wel is het voor grondroerders, opdrachtgevers en bestuursorganen mogelijk om zich ook alvast in de periode juli – oktober te registreren bij het Kadaster.

Vanaf 1 oktober
De informatie-uitwisseling via het Kadaster gaat pas echt van start vanaf 1 oktober 2008. Het Kadaster stuurt dus vanaf 1 oktober de graafmelding van de grondroerder door naar de netbeheerders. De netbeheerders sturen de tekeningen vervolgens rechtstreeks aan de grondroerder. De netbeheerders kunnen dat doen op de manier waarop ze dat gewend zijn: via de post, fax of e-mail. Dit is de overgangsfase. Het is wel de bedoeling dat de netbeheerders hun tekeningen uiteindelijk wel elektronisch – via het Kadaster – aan de grondroerder sturen. Dit is de elektronische fase. Deze elektronische informatie-uitwisseling zal in ieder geval niet voor 1 juli 2009 plaatsvinden.

Als een partij, bijvoorbeeld netbeheerder of grondroerder, gebruik gaat maken van de informatie-uitwisseling via het Kadaster, zal hij zich eerst moeten registreren bij het Kadaster. Mocht hij dat nog niet voor 1 oktober hebben gedaan, dan moet hij dat alsnog doen. Dat gebeurt op dezelfde manier zoals hierboven voor de netbeheerders is beschreven.

De graafmelding
In de wet krijgt de grondroerder de verplichting om de kabel- en leidinginformatie bij het Kadaster op te vragen. De grondroerder is degene onder wiens verantwoordelijkheid of leiding de graafwerkzaamheden worden uitgevoerd. Hij meldt de voorgenomen graafwerkzaamheden bij het Kadaster. Het gaat hierbij om mechanische werkzaamheden (op land en in water). Deze melding kan hij niet eerder doen dan 20 werkdagen voordat de graafactiviteiten plaatsvinden, zodat de grondroerder altijd beschikt over actueel kaartmateriaal als de graafwerkzaamheden starten. Mocht hij bij nader inzien toch pas na 20 werkdagen starten, dan zal hij een nieuwe graafmelding moeten doen.

Het oriëntatieverzoek
Soms is het voor diverse partijen noodzakelijk om te weten waar de kabels en leidingen liggen zonder dat zij (direct) gaan graven. Zo hebben bijvoorbeeld projectontwikkelaars of opdrachtgevers deze kennis nodig voor het maken van een ontwerp, tracé of voor het opstellen van een prijsopgave. Zij kunnen dan een oriëntatiemelding doen (ook vanaf 1 oktober bij het Kadaster): bij de melding geven zij aan dat het niet gaat om het uitvoeren van graafwerkzaamheden. Is het de bedoeling dat er uiteindelijk toch wordt gegraven en is het eerder opgevraagde kaartmateriaal ouder dan twintig werkdagen, dan moet er opnieuw een melding worden gedaan. Zo wordt voorkomen dat met verouderd kaartmateriaal wordt gewerkt. Ook diverse overheidsinstanties kunnen een oriëntatieverzoek doen, zoals gemeenten, provincies, waterschappen en Rijkswaterstaat. Gemeenten kunnen bijvoorbeeld het kaartmateriaal opvragen voor het uitoefenen van hun taken op het gebied van ruimtelijke ordening, zoals voor het maken van bestemmingsplannen. Ook voor het uitoefenen van veiligheidstaken – bijvoorbeeld bij calamiteiten – kunnen overheidsinstanties, zoals gemeenten en de brandweer, zo’n verzoek doen. Geldt de grondroerdersregeling voor alle kabels en leidingen? De netbeheerders blijven verantwoordelijk voor het gegevensbeheer van hun eigen kabels of leidingen. Het Kadaster maakt de gegevensuitwisseling met de grondroerders mogelijk. Dit betekent ook dat bedrijven die voor hun eigen bedrijfsvoering een kabel of leiding beheren, bijvoorbeeld banken of supermarkten, onder de grondroerdersregeling vallen. Er zijn een paar uitzonderingen. Er komt geen verplichting voor netbeheerders om gegevens over de huisaansluitingen uit te wisselen. Uiteraard kunnen ze dit wel doen indien grondroerders erom vragen. Daarnaast kunnen ook netten worden vrijgesteld van de grondroerdersregeling die a) niet in openbare grond liggen en b) waarop geen andere partijen zijn aangesloten en c) die geen net met een gevaarlijke inhoud of een net met de functie gas hoge druk, chemie, petrochemie, landelijk hoogspanningsnet, hoogspanning of warmte is. Voor de exacte formulering van de vrijstellingsregeling kunt u de ministeriële regeling raadplegen. De netbeheerders geven op hun tekeningen de ligging van hun netten weer. De diepteligging van netten hoeft niet te worden verstrekt. Voor de overgangsfase geldt dat wanneer de netbeheerder het bericht van het Kadaster ontvangt met het verzoek om het kaartmateriaal op te sturen aan degene die de graafmelding heeft gedaan, hij dit binnen twee werkdagen moet doen. In de elektronische fase moet dit binnen één werkdag. Een netbeheerder krijgt vijf werkdagen de tijd om op een oriëntatieverzoek te reageren.

Afwijkende ligging en “weesleiding”
Mocht de grondroerder bij de uitvoering constateren dat de feitelijke ligging meer dan 1 meter afwijkt van de aangeduide ligging op de tekening, dan is de grondroerder verplicht om dit z.s.m. terug te melden. In de overgangsfase meldt grondroerder deze zogenaamde afwijkende ligging rechtstreeks terug aan de netbeheerder. Op de tekening die hij van de netbeheerder heeft gekregen, geeft hij aan waar het net ligt en stuurt dit terug aan de netbeheerder. Eveneens stuurt hij een afschrift hiervan aan de toezichthouder, het Agentschap Telecom. De netbeheerder krijgt de plicht om het kaartmateriaal binnen 30 werkdagen te herstellen. In de elektronische fase moet de afwijkende ligging alleen aan het Kadaster worden gemeld. Mocht de grondroerder bij de uitvoering ontdekken dat hij een net aantreft dat op geen enkele kaart staat, dan hoeft hij daar niets mee te doen, dus ook niets terugmelden. In de elektronische fase is dat anders; dan moet hij een terugmelding doen bij het Kadaster. Het Kadaster gaat nog eens na bij de netbeheerders of dit onbekende net toch niet van één van hen is. Zo ja, dan moet die netbeheerder dit net alsnog in zijn registratie opnemen. Zo niet, dan is de netbeheerder niet achterhaald en is er sprake van een “weesleiding”. De gemeente krijgt dan de plicht om deze weesleiding te registreren. De gemeente wordt daarmee dus niet de eigenaar of beheerder van het net! Het terugmelden van de afwijkende ligging en de registratie van de weesleiding heeft tot doel om de kwaliteit en volledigheid van het kaartmateriaal te verbeteren.

Zorgvuldig graven en zorgvuldig opdrachtgeverschap
De opdrachtgever moet ervoor zorgen dat de graafwerkzaamheden zorgvuldig kunnen worden uitgevoerd. Dit houdt in dat de grondroerder voldoende tijd en gelegenheid moet krijgen om zijn werkzaamheden uit te voeren. De grondroerder krijgt de verplichting om zorgvuldig te graven. Dit houdt in dat er in ieder geval een graafmelding is gedaan en onderzoek naar de ligging van het net (bv. proefsleuven maken) en het kaartmateriaal op de graaflocatie aanwezig is. Het CROW heeft een richtlijn “zorgvuldig graafproces” uitgebracht, die in samenwerking met marktpartijen tot stand is gekomen. Deze richtlijn gaat verder in op het zorgvuldig graven en hoe er onderzoek kan worden gedaan naar de ligging van het net. Deze richtlijn is verkrijgbaar via www.crow.nl.

Graafschade
De wet regelt niet wie aansprakelijk is als er toch een graafschade ontstaat. De wet regelt de verantwoordelijkheden van netbeheerders, opdrachtgevers en grondroerders. Als een grondroerder bij de uitvoering van werkzaamheden toch schade veroorzaakt aan een net, dan is hij verplicht dit z.s.m. aan de desbetreffende netbeheerder te melden. De netbeheerder meldt twee keer per jaar (januari en juli) het aantal schadegevallen bij het Kadaster. Zo kan ook bijgehouden worden of het aantal graafschades afneemt.

Bron: KLIC

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels