artikel

Transporteur A. van Grunsven bouwt zijn trucks zelf op

Branche Premium

Transporteur A. van Grunsven bouwt zijn trucks zelf op

Opbouwspecialisten herbeleven drukke tijden en dat resulteert soms in wachttijden. Of het nu om een haakarmsysteem of kipperopbouw gaat; de lever- en opbouwtijden lopen zomaar op tot een half jaar. Het was de spreekwoordelijke druppel die A. van Grunsven transport ertoe aanzette om hun nieuwe trucks voortaan zelf op te gaan bouwen. Een eigen werkplaats was er al, net als ideeën hoe een kipperopbouw nóg beter kan, met name voor het asfalttransport.

Een nieuw MAN-chassis staat buiten te wachten, in de werkplaats leggen monteurs de laatste hand aan een identiek exemplaar mét kipperopbouw. En tussen divers ander onderhoudswerk krijgt een eveneens nieuwe Volvo FMX nog wat spatlappen gemonteerd. Tegelijk komt een nieuwe kipperoplegger het terrein op; een eigen chauffeur heeft die deze ochtend in Duitsland bij de fabriek opgehaald.

De thuisbasis van Van Grunsven transport in Uden (N.-Br.) doet qua activiteit niet onder voor een plaatselijke vrachtwagendealer. Toch zijn de 11 monteurs in ploegendienst vooral druk met opbouw en onderhoud aan de eigen vloot. Anton van Grunsven: ‘Trucks worden in dit werk gewoon zwaar belast. Onderhoudscontracten aan bouwvoertuigen worden nauwelijks afgegeven, of zijn vrij duur. We willen die kennis daarom in eigen huis hebben.’

Groei door overnames

Anton van Grunsven startte in 1994 samen met compagnon Theon Langenhuijzen het transportbedrijf met één kipper. Nog altijd vormen zij de directie. Het bedrijf telt intussen 150 vaste medewerkers en zo’n 120 trucks. Er zijn vier locaties; Reuver, Uden, Breda en Utrecht. Groei kwam vooral uit het feit dat verschillende aannemers hun transportactiviteiten door de jaren heen afstootten. De Brabanders namen het werk, veelal asfalttransport, over van bedrijven als Heijmans en Rasenberg (inmiddels Strukton). Niet alleen het werk, maar ook de trucks en de medewerkers. Zo ging groei lange tijd geleidelijk.

Eind vorig jaar werd een forse stap gezet door de kipperactiviteiten van branchegenoot Westdijk Transport B.V. over te nemen. Westdijk is van oudsher meer georiënteerd op het grootgrondverzet en blijft in de eigen kleuren actief onder de naam Westdijk Kippers B.V..

De praktijk vraagt om véél auto’s in een kort tijdsbestek. Je hebt volume nodig om dat goed op te kunnen vangen.

De geschetste groei is volgens de mannen nodig in de huidige markt. Van Grunsven: ‘De pieken in met name het asfaltvervoer zijn groot en werden de laatste jaren steeds groter. Werken worden steeds groter en complexer. De praktijk vraagt om véél auto’s in een kort tijdsbestek. Je hebt volume nodig om dat goed op te kunnen vangen. Ook gaan opdrachtgevers over naar een landelijke planning; dan is het handig om als transportbedrijf vanuit meerdere locaties te werken. Ander werk erbij geeft ook meer werkspreiding. Asfalttransport piekt in de weekenden, grondverzet vooral doordeweeks.’

‘Lichter en beter geïsoleerd’

Terug naar het wagenpark. Dat is een mix van trekker-opleggercombinaties en trucks met vaste kipperopbouw. Ook wat betreft merken loopt het uiteen. Mercedes is huismerk, gevolgd door Volvo en MAN. Door overnames lopen ook andere merken zoals Ginaf en Scania in de vloot.

Bij investeren in nieuw zijn de trucks nog wel binnen redelijke termijn te krijgen. De opbouw blijkt lastiger, mede doordat een aantal kipperopbouwers sinds de crisis zijn gestopt. Van Grunsven: ‘De bedrijven die nog wel kippers opbouwen zijn druk. De gevestigde orde kan de markt niet goed bedienen nu die weer aantrekt, vinden wij. Daarom zijn we er nu zelf mee begonnen.’
Ook technisch hadden de mannen nog wel wat ideeën. ‘We zijn er altijd al mee bezig en weten dus wat we willen en waar opdrachtgevers waarde aan hechten. In het asfalttransport komt dat neer op lichtere en beter geïsoleerde kippers. Als de isolatie beter is, hoeft een asfaltcentrale het asfalt minder heet te stoken. Dat spaart energie en is duurzaam.’

De eisen die Van Grunsven had werden door de Duitse kipperbouwer Kempf, waar men al langer zaken mee doet, gerealiseerd. Onder de eigen merknaam Tibeg bouwt Van Grunsven de bakken in de eigen werkplaats vervolgens op het truckchassis. Tibeg staat voor de combinatie Tielemans-Beekmans-Grunsven. Tibeg is als zelfstandig bedrijf actief in de holding van Van Grunsven en Langenhuijzen. Twee jonge vennoten participeren in de nieuwe tak.

Het zit hem in de details

Een van de eerste Tibeg-producties was op de TKD te zien. Gebouwd op een MAN 42.460 8×2 Widespread en 41,5 ton GVW. Zonder opbouw al een opvallende configuratie. De truck blijft binnen de acht meter en is dus geschikt voor het trekken van een forse dieplader. Ook past hij binnen de trend die Van Grunsven ziet in het asfalttransport: namelijk minder aangedreven assen voor een lagere rolweerstand en minder brandstofverbruik. Van Grunsven: ‘Het laadvermogen is bijna 27 ton en dat is gewoon heel veel voor een vierasser, dat is mede te danken aan de kipperopbouw waarmee we zo’n 500 á 800 kilo lichter zijn.’

Tja, je hebt eigenlijk altijd trucks te kort. Dat was zo toen we er 5 hadden, toen we er 20 en toen we er 50 hadden. Nu hebben we er 120 en is dat nog steeds zo.

Begin juni staat de truck in de werkplaats voor inbouw van de boordcomputer en andere randzaken. De nieuwe MAN is in de witte huisstijl van opdrachtgever Strukton gespoten. Opvallend aan de kipperopbouw is het brede scharnierpunt van de bak aan het chassis. Zoals bij een kipperoplegger. Dit zou voor extra stabiliteit zorgen. Met z’n 4 millimeter dikke Hardox 450-zijwanden en bodem uit zes en acht millimeter Hardox-plaat is de bakconstructie op zich redelijk gebruikelijk.

De manier van isoleren wijkt wél af. Tibeg werkt niet met glaswol, maar met strakke sandwichplaten aan de buitenzijde van de bak. Dit zou moeten resulteren in een hogere isolatiewaarde en dus minder warmteverlies van het asfalt tijdens transport.

De achterklep is multifunctioneel. Bij het kippen bestaat de klep uit een bovendeel en een asfaltsnip. Het is ook mogelijk om de bovenklep aan de onderklep te vergrendelen en deze in z’n geheel aan de onderzijde te laten scharnieren. Zo ontstaat als het ware een oprijklep. Via de aangekoppelde dieplader kan de chauffeur dan eenvoudig machines doorladen.

Nieuwe werkplaats en kantoor

De werkplaats is met alle opbouwactiviteiten aan de krappe kant. De tekening voor een nieuwe, grotere, werkplaats en kantoor liggen klaar. Doel is ook trucks voor derden op te gaan bouwen. Gaat de transporttak ook nog groeien? Van Grunsven besluit: ‘Tja, je hebt eigenlijk altijd trucks te kort. Dat was zo toen we er 5 hadden, toen we er 20 en toen we er 50 hadden. Nu hebben we er 120 en is dat nog steeds zo. Daarom huren we ook andere bedrijven in die met ons mee rijden.’

Asfalteren als aanvulling op transport

Opbouwspecialisten herbeleven drukke tijden en dat resulteert soms in wachttijden. Of het nu om een haakarmsysteem of kipperopbouw gaat; de lever- en opbouwtijden lopen zomaar op tot een half jaar. Het was de spreekwoordelijke druppel die A. van Grunsven transport ertoe aanzette om hun nieuwe trucks voortaan zelf op te gaan bouwen. Een eigen werkplaats was er al, net als ideeën hoe een kipperopbouw nóg beter kan, met name voor het asfalttransport.Naast overig losgestort is asfalttransport al lang een hoofdactiviteit van A. van Grunsven BV. Voor praktisch alle grotere aannemers verzet het bedrijf bovendien de asfaltsets met een 30-tal eigen getrokken diepladers. Sinds krap twee jaar is de transporteur daarnaast ook zelf actief in het asfalteren, en dat is een bijzondere combinatie. Samen met mede-aandeelhouder Sjoerd Beliën werd VGB Asfalt BV opgericht. Inmiddels zijn er twee asfaltsets op pad. Op de foto de Dynapac SD2500 CS. De combinatie werkt in onderaanneming voor zowel grote als kleinere aannemers. Door transport en verwerking aan één partij uit te besteden hebben opdrachtgevers één aanspreekpunt en dat ontzorgt.

Foto's

Reageer op dit artikel