artikel

Scheffer Groep sloopte 35 meter hoge flat in Delfzijl

Branche

In Delfzijl sloopte de Scheffer Groep de Vennenflat. Het werd geen doorsnee klus. De flat zat boordevol asbest, links en rechts stond op enkele meters bebouwing en al na de eerste happen bleek de constructie weinig om het lijf te hebben. ‘De sloop van deze blokkendoos had flink wat uitdagingen in zich en maakte dat we alles uit de kast moesten halen’, blikt Aron Scheffer tevreden terug.

Scheffer Groep sloopte 35 meter hoge flat in Delfzijl
De Albert Heijn-supermarkt ligt pal naast de Vennenflat. Tal van voorzorgsmaatregelen zorgden ervoor dat de supermarkt geen schade opliep en dat het winkelende publiek geen seconde gevaar liep.

Sinds 1969 gaf hij Delfzijl haar skyline, de tien verdiepingen tellende Vennenflat. Maar de 35 meter hoge en 75 meter lange flat moest weg. Om verschillende redenen. Allereerst paste de betonnen kolos niet meer in de zichtlijn die de gemeente wil zien tussen stad en haven. Delfzijl wil een moderne stad worden en daar hoort geen flat uit de jaren zestig bij.

Maar er waren meer argumenten voor sloop. Zo was het gebouw flink verouderd. Een renovatie zou te veel in de papieren lopen. Tot vreugde van veel inwoners van Delfzijl besloot woningcorporatie Acantus dat de Vennenflat weg moest. Na een inschrijving werd de sloop gegund aan de Scheffer Groep uit Wezep.

Geen dagelijkse kost

Aron Scheffer herinnert zich de eerste kennismaking met de Vennenflat nog als de dag van gisteren. ‘Een imposant gebouw met beneden winkels, aanpalend laagbouw ook met winkels en pal ernaast bebouwing; links een grote Albert Heijn-supermarkt en rechts een Shell-tankstation. Ai, die bebouwing maakte de sloop er niet gemakkelijker op… Zeker niet in combinatie met de nooit aflatende wind die altijd aan de kust staat. En dan binnen in de flat heel veel asbest; in de kozijnen, in de zeilen op de vloer en in de dakbedekking.’

In totaal zat er maar liefst 250 ton asbest in en op de Vennenflat. Aanzienlijk meer dan verwacht. Maar binnen drie maanden hadden we dat er wel allemaal uit.

Scheffer startte in september 2017 met de asbestsanering. Uit het gebouw werden met de hand onder asbestcondities alle 650 kozijnen gesaneerd, verpakt, per stramien verzameld en met een telescoopkraan afgeladen. Alle andere asbesthoudende materialen werden handmatig gesaneerd. Nadat het binnenwerk schoon was, werd met de telescoopkraan een frees en een 3,5-tons kraantje op het dak geplaatst. De frees schraapte de dakbedekking van het beton, het kraantje sloopte de installatie van het dak en laadde alles in hijscontainers. Met de telescoopkraan werden de containers vervolgens naar beneden gebracht. Aron Scheffer: ‘In totaal zat er maar liefst 250 ton asbest in en op de Vennenflat. Aanzienlijk meer dan verwacht. Maar binnen drie maanden hadden we dat er wel allemaal uit.’

Supermarkt op 4 meter

De flat was gesaneerd, nu was het de beurt aan de sloopmachines. ‘Op voorhand wisten we dat de sloop niet alledaags zou worden’, vertelt Aron Scheffer. ‘Allereerst was daar de hoogte van het gebouw – 35 meter – en het feit dat de wind op hoogte puin en gruis verder weg zal voeren. Verder had je aan de ene kant de supermarkt op vier meter van de zijgevel en aan de andere kant het tankstation op een paar meter meer. Flinke uitdagingen, maar niet helemaal nieuw voor ons. Binnenstedelijk slopen is vertrouwde kost, maar de hoogte van het gebouw maakte het wel complexer.’

Omdat Scheffer niet zelf over een machine beschikt die kan slopen op grotere hoogte, werd een 100 ton zware Caterpillar 374F UHD met 36 meter lange giek en 2,5-tons schaar ingevlogen. 25-, 30- en 40-tons Volvo’s van Scheffer, met onder andere een 5-tons Dehaco-schaar en -vergruizers, ondersteunden de sloopreus. Net na de kerst startte de sloop. De Volvo’s van Scheffer verwijderden eerst de laagbouw rond de flat en maakten van het puin een plateau waar de grote kraan op zou komen te staan. Aron Scheffer: ‘De kraan heeft weliswaar voldoende bereik, maar hij moet wel tot in de helft van het gebouw kunnen komen. Door hem hoger te plaatsen lukte dat probleemloos.’

In de voorbereiding plaatste Scheffer twee lagen volgeladen containers rond de flat. ‘Om te voorkomen dat het puin onder het gewicht van de 100-tons kraan weg zou zakken en om ervoor te zorgen dat het puin niet kan wegspringen. En tussen flat en supermarkt en flat en tankstation plaatsen we ook nog een drie meter hoge keerwand. We namen geen enkel risico als het gaat om de veiligheid voor de mensen en gebouwen in de omgeving.’

Voorzorgsmaatregelen

Bij de sloop werkte Scheffer van buiten naar binnen. Als laatste zou de liftschacht, het sterkste deel van het gebouw, worden gesloopt. De sloop begon aan de andere kopse kant, bij het tankstation. Hier was meer ruimte dan aan de andere zijde en kon men op een veilige manier het gebouw ‘leren kennen’. De flat werd tot ongeveer de helft gesloopt vanaf deze zijde. Vervolgens was de moeilijkste zijde aan de beurt, pal naast de supermarkt.

Binnenstedelijk slopen is vertrouwde kost, maar de hoogte van het gebouw maakte het wel complexer.

Om alle risico’s uit te sluiten, werd het dak van de supermarkt met behulp van een telescoopkraan bekleed met rubber rijplaten en autobanden. Aron Scheffer: ‘Als er onverhoopt een stuk puin op het dak zou vallen, was de kans op schade minimaal. Om echter elk risico uit te sluiten en de veiligheid van de mensen absoluut te garanderen, sloopten we dicht bij de supermarkt alleen op zondagen. Dan was de winkel gesloten en niemand binnen.’

Om het puin zo recht mogelijk naar beneden te laten vallen en schade aan supermarkt of andere omgeving te voorkomen, maakte Scheffer bij de sloop gebruik van een 30 meter lange en 20 ton zware, met ijzer versterkte rubberen mat. Een 400-tons telescoopkraan hield de mat pal naast het gebouw op zijn plek. ‘Zo’n zware telescoopkraan was daar nodig, omdat de kraan vanwege de bebouwing niet dicht bij de sloop kon komen.’

Heel weinig ijzer

Nadat alles in gereedheid was, begon de Caterpillar met knippen. De Volvo’s voerden het materiaal af en zouden de flat op lagere hoogte wegknippen. Al snel bleek dat de grote kraan weinig moeite met de sloop zou krijgen. Er hoefde amper geknipt te worden, hele stukken vloer braken af. ‘We wisten dat in het gebouw niet heel veel ijzer zou zitten, maar zo weinig verraste ons wel. De constructie gaf het gebouw zijn stevigheid. Ondanks dat er door een constructeur een berekening was opgemaakt, was ik blij dat we geen zwaardere kraan dan die 3,5-tonner op het dak hadden gezet en dat we Japans slopen gelijk hadden afgezworen…’

Na de sloop van de tankstation-kant had Scheffer twee lange zondagen van 7.00 tot 22.00 uur nodig om de zijkant van de Vennenflat tot een veilige afstand van de supermarkt weg te slopen. Vervolgens kon dagelijks worden gesloopt. ‘Zolang de weersomstandigheden het toelieten tenminste’, vertelt Aron Scheffer. ‘Het waaide in januari flink en dan laat je zo’n grote kraan graag aan de kant staan. Het kan boven namelijk flink spoken.’

Liftschacht

Begin februari ging ook de liftschacht naar beneden. De 100-tons Caterpillar had zo’n anderhalve dag nodig om dat laatste deel weg te knippen. ‘Want ook in de liftschacht zat amper ijzer. De hele schacht bestond uit L-vormige betonnen elementen die op elkaar waren gestapeld.’
De grote kraan is klaar en zal naar Duitsland vertrekken voor zijn volgende klus. Waar ooit de Vennenflat stond, ligt nu een berg met 18.000 ton puin. ‘Dat puin voeren we af, waarna we de sloopput tot maaiveldniveau aanvullen met 3.000 kuub granulaat en zand. En dan kan Delfzijl aan de slag met de woonservicezone met winkels, huizen en zorgvoorzieningen die hier gepland staat. En mogen wij een perfect verlopen, maar allesbehalve alledaagse sloopklus op ons cv bijschrijven.’

Op de hoogte blijven van het nieuws over de materieelsector? Ontvang onze gratis nieuwsbrief, en meld u hier aan.

Foto's

Reageer op dit artikel