Volvo Crawler Gear in de praktijk van zwaartransport

artikel

Volvo Crawler Gear in de praktijk van zwaartransport

Branche

Transportbedrijf Schoones in Vinkel heeft nu zo’n 10 maanden ervaring met een kruipbak in één van zijn Volvo-zwaartransporttrekkers. Op papier ideaal, maar hoe bevalt dat in praktijk? En blijft het wel heel, met 750 pk ingaand vermogen, zware lasten en zóveel koppel op lage snelheden? Op zoek naar antwoorden uit de praktijk reden we mee met chauffeur Patrick Kortleven en vragen we ook eigenaar Mark Schoones naar zijn ervaringen.

Het was vorig jaar zomer toen Volvo de zogenoemde Crawler Gear voorstelde. Kort samengevat zijn het twee extra lage kruipversnellingen ter uitbreiding van de bestaande I-shift automatische transmissie. Wie herinnert zich niet het filmpje waarin een Volvo-truck al steigerend een hele roadtrain aan zeecontainers vanuit stilstand meetrekt?

Verhitte koppeling met standaard I-shift-transmissie

Ongeveer gelijktijdig met deze officiële introductie door Volvo, nam Schoones de eerste truck met Crawler Gear zelf al in gebruik, als een van de eerste Nederlandse kopers. Want Schoones zag direct wel wat in de kruipversnellingen.

Het bedrijf heeft ruime ervaring in het zwaartransport en hierin diverse drie- vier- en vijfassige Volvo zwaartransporttrekkers lopen. Met name het rangeren met de grootste diepladers was een pijnpuntje. De standaard I-shift-transmissies geven dan regelmatig melding van een verhitte koppeling. Bron hiervan is de té hoge eerste versnelling. Dit maakt dat de koppeling met treingewichten van boven de 100 ton, zeker op hellingen, erg abrupt aangrijpt. Technisch ongewenst, maar het maakt ook het doseren wat lastig en het nauwkeurig manoeuvreren moeilijker. Niet prettig voor de chauffeur.

De truck als geheel had wel wat dingetjes, maar over de transmissie heb ik écht alleen maar lof

Tot echte koppelingsschade heeft dit tot op heden nooit geleid, maar Schoones zocht wel al langere tijd serieus naar een oplossing. De mannen zijn technisch aangelegd en deinzen in de eigen werkplaats niet snel ergens voor terug. Zo veranderden de eigen monteurs eerder al de cardanreductie van de assen in één truck, om de overbrengingsverhouding wat aan te passen.

Geen fan van koppelomvormer

Een zware belasting van de droge koppeling is geen verrassing in dit zware werk. De technische oplossing voor bovenstaand probleem is ook al lang uitgevonden; een koppelomvormer. Deze weet prima raad met rangeerwerk. Schoones is echter geen fan van zo’n omvormer, gebaseerd op zijn eigen ervaringen uit het verleden. Los hiervan levert huismerk Volvo die optie gewoonweg niet.

‘Alleen maar lof over Volvo Crawler Gear’

Mark Schoones: ‘Een koppelomvormer is fors duurder in aanschaf, het verbruik gaat iets omhoog, het is zwaarder in bouw en de onderhoudsbehoefte is hoger.’ Lang verhaal kort; toen Volvo met de kruipversnellingen kwam, en de meerprijs ook nog eens te overzien bleek, kwam dat als geroepen. Schoones was snel overtuigd en ging zonder demo tot aanschaf over.

Terugblikkend komt de verwachting er in de praktijk uit, na 10 maanden en 106.000 kilometer maakt Schoones op eerlijke wijze de balans op: ‘De truck als geheel had wel wat dingetjes, maar over de transmissie heb ik écht alleen maar lof.’ Dat intussen een tweede truck met kruipbak vers is afgeleverd en een derde in bestelling staat, onderstreept dit nog eens.

Kleemann Mobirex MR110Z geladen

Om het met eigen ogen ook in de praktijk te zien, rijden we begin deze maand mee met chauffeur Patrick Kortleven. Hij heeft de voorgaande avond in Göppingen bij Stuttgart een nieuwe Kleemann Mobirex MR110Z geladen. Het uitzonderlijk vervoer is zeker in Duitsland nachtwerk.

De vorige Volvo waar ik meer reed had 600 pk. Het verschil met 750 pk is toch wel groot, groter dan je zou denken

’s Ochtends vroeg gaan we op weg naar de Rotterdamse haven om de 56 ton wegende breker af te leveren. ‘Dat is écht iets aparts, die kruip’, zegt Kortleven direct enthousiast. Ondanks dat hij er al bijna een jaar mee rijdt, blijft de chauffeur zich met regelmaat verbazen over de techniek. En dan vooral het motorvermogen in combinatie met de kruipversnellingen.

Volvo Crawler Gear komt vooral in de bergen van pas

Kortleven: ‘De vorige Volvo waar ik meer reed had 600 pk. Het verschil met 750 pk is toch wel groot, groter dan je zou denken. Het vermogen houdt hij lang vast, vooral in de bergen. Maar het grootste verschil is de kruipversnelling.’

In de bergen komt deze kruip het meeste van pas. Met de extreem lage versnellingen van 0,5 of 2 km/u is elke vracht moeiteloos op gang te trekken. In het vlakke Nederland is de kruip bij het wegtrekken vaak niet eens nodig, gezien de pk’s. ‘Soms pakt ie de kruip mee, meestal niet. Dat bepaalt ie zelf. Tijdens het rangeren gebruik ik de kruipversnellingen wél altijd handmatig. Dat werkt gewoon erg mooi. Zonder kruip bokt het veel meer, omdat de bak inééns aangrijpt. Met de kruip gaat het veel soepeler; de truck geeft geen krimp en ik kan op lage snelheden rijden zonder de koppeling te belasten’, zegt Kortleven, die vanuit stilstand bij een stoplicht even handmatig naar de C1 en C2 schakelt en laat zien hoe soepel en schokvrij de 100 ton op gang komt. Schijnbaar moeiteloos, en zodra hij de Volvo weer op automaat zet, schakelt de bak rap door naar 2, 4 en zo verder. Met zijn 750 pk en een enorm koppel slaat de Volvo dus gewoon versnellingen over, ook al sleurt hij 100 ton mee.

Soms pakt ie de kruip mee, meestal niet. Dat bepaalt ie zelf

Bak goed beveiligd

Dit koppelgeweld moet wel in goede banen geleid worden. Bij echt steile hellingen of extreme belasting schakelt de bak niet vanuit de kruip door naar de eerste versnellingen. De krachten zouden dan veel te groot worden. De transmissie is hierop tot op de tand beveiligd. Toch is er veel mogelijk.

Kortleven: ‘Op het traject van Kassel naar Bergen is een stuk erg steile snelweg. Als je dan wegtrekt in de kruip, zie je de belasting op de vooras op de aslastindicator terugzakken van 10 naar 3,5 ton. Zolang hij grip houdt, is het dan buigen of barsten.’

Dynamic Steering

Tot slot roemt Kortleven Volvo’s elektronisch geregelde stuurbekrachtiging, genaamd Dynamic Steering. Ondanks de dubbele stuuras gooit hij met één vinger het stuurwiel rond. ‘In het begin was dat echt wel even wennen. Met name rond de 50 km/u miste ik het gevoel een beetje. Het stuurt lichter dan een auto. Maar intussen zou ik niet anders meer willen. Met name bij rangeren is het ideaal.’

Eigen onderhoud kernpunt bij Schoones

Transportbedrijf Schoones in het Brabantse Vinkel richt zich op speciaal transport en transport van zand en grind. Er lopen 33 trucks, waarvan 30 Volvo's en drie Daf's. Transportbedrijf Schoones in het Brabantse Vinkel richt zich op speciaal transport en transport van zand en grind. Er lopen 33 trucks, waarvan 30 Volvo’s en drie Daf’s.
Met hard werken, lange dagen en een trouwe ploeg mensen staat er nu een strak bedrijf. Het zwaartransport betreft zowel nieuwe bouwmachines die van fabrikanten in West-Europa naar de havens gaan, gebruikte machines als ook het verzetten van bouwmachines voor de aannemerij. Schoones richt zich in dit werk met name op de Nederlandse en Duitse markt.
De pendelasdiepladers met interdolly zorgen voor extra laadvermogen, maar zijn één brok techniek met hoge onderhoudskosten. Mark Schoones: ‘Dat er meer dan 200 smeerpunten op een dieplader met interdolly zitten, zegt wel iets. Het is zeer onderhoudsgevoelig.’
Schoones doet daarom alle onderhoud, zowel aan trucks als opleggers, in de eigen werkplaats. Dat is vooral preventief om stilstand te voorkomen. Zo worden bijvoorbeeld alle hydrauliekslangen van de Nooteboom Eurodiepladers elke 1 à 1,5 jaar vernieuwd.
Een interdolly staat momenteel in de werkplaats voor een totaalrevisie. ‘Die zou nieuw zó 60.000 euro kosten’, schetst Mark, die ervaart dat alle kosten die bij het zwaartransport komen kijken, door de markt niet altijd worden gezien. De Duitse klanten schatten dat beter op waarde; zij waarderen het juist als de transporteur met technisch goed onderhouden, liefst jong en dik materieel voorrijdt. Zeker in combinatie met een goede chauffeur die van aanpakken weet, geeft dát vertrouwen.
‘Natuurlijk moet je ook in Duitsland voor een marktconforme prijs hard werken, het komt niet aanwaaien’, zgt Schoones. ‘Maar als klanten ook nog kunnen vertrouwen op vakmensen, weten dat het goed is, dat je afspraken nakomt en netjes werkt, dan is het tarief eerder ondergeschikt.’

Foto's

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels